Back to site

533 To Theo van Gogh. Nuenen, Sunday, 4 October 1885.

No. 533 (Brieven 1990 536, Complete Letters 425)
From: Vincent van Gogh
To: Theo van Gogh
Date: Nuenen, Sunday, 4 October 1885

Source status
Original manuscript

Amsterdam, Van Gogh Museum, inv. nos. b465 a-b V/1962

Vincent writes that he had wanted to thank Theo for the money he had sent ‘earlier’; this must have been the allowance for October (ll. 1*-2), since he confirms receipt of Lhermitte’s print for September (see n. 1). The confirmation of the money is moreover a little later than usual. Since he says he is going to Amsterdam ‘this week’ (ll. 17-18), and actually went on Tuesday, 6 October, the letter is unlikely to have been written on the fifth, otherwise he would probably have said ‘tomorrow’. We have therefore dated it Sunday, 4 October 1885.

Ongoing topic
Theo’s visit to Nuenen (510)


  1. Bird’s nest (F - / JH 943), letter sketch

original text
Waarde Theo,
Reeds eerder had ik U de goede ontvangst van Uw brief en ingesl. frs 150.- willen berigten. Ook heb ik de Lhermitte Septembre ontvangen – die is prachtig.1
Ge schrijft over de Poussins in de Louvre2 – ik houd veel van Poussin.
Doch wat is het lang – al te lang – geleden dat ik die schilderijen zag.3 Wat dat betreft – ik heb eene behoefte om schilderijen te zien, waar ik wat aan doen moet. Juist in verband met dat ik krachtig hoop door te gaan om lui voor mijn eigen werk te vinden, geloof ik dat het goed zal zijn ik nu en dan eens op reis ga.–
Het meest verlangende naar Rembrandt en Frans Hals, ga ik deze week een dag naar ’t museum in Amsterdam4 met een kennis van me in Eindhoven5 van wien ik U nog studies liet zien. Kan ik relaties aanknoopen voor mijn eigen werk, ik zal ’t niet laten – en dat met volhouden ik het winnen zal geloof ik vast.
Wat het werk betreft, ik heb den laatsten tijd zooals ik reeds schreef, druk stilleven geschilderd6 & dat is mij uitmuntend bevallen. Ik zal er U van sturen. Ik weet wel dat zij moeielijk te verkoopen zijn – maar het is verduiveld nuttig en ik zal er van den winter veel aan blijven doen.
Gij zult ontvangen een groot stilleven van aardappels – waar ik getracht heb corps in te brengen – ik bedoel de stof uit te drukken. Zóó dat het bonken worden die zwaarte hebben en stevig zijn, die men voelen zou als men er mede gegooid werd b.v..–7
Enfin ge moet maar zien.–
Die kwestie die ik met den pastoor gehad heb – daar heb ik niet veel last verder van gehad.–8 Er zullen echter op ’t dorp nog wel godvreezende inboorlingen blijven die er mij op blijven aanzien, want dat de pastoor heel graag mij de schuld van dat geval op ’t lijf zou kruijen is zeker. Daar ik er echter geen schuld aan heb laten mij de praatjes van dien kant  1v:3 volkomen koel, zoolang ze me in ’t schilderen niet hinderen neem ik er geen notitie hoegenaamd van.– Met de boeren waar ’t geval gebeurd is & waar ik veel ging schilderen, ben ik goed gebleven & kan er net zoo gerust als vroeger in huis komen.–
Ik ben nu bezig aan stillevens van mijn vogelnesten, waar ik er 4 van klaar heb –9 ik geloof dat die door de kleuren van het mos, dorre blaren & grassen, klei &c. wel aan sommige lui die de natuur goed kennen, zouden kunnen bevallen.
Ik schrijf U nog wel eens aan ’t eind van deze week als ik van het togtje naar Amsterdam terug ben.
Daar ik volgende maand mijn huur weer te betalen heb, convenieert de uitgaaf me maar half of in ’t geheel niet.– Maar het moet eens.– Spoedig meer dus.

b. à t.

dat ik in mijn werk op den duur er door winnen zal als ik meer schilderijen zie, geloof ik zeker – omdat als ik een schij zie, ik na kan gaan waar ’t mee gedaan is.–
Wat Poussin betreft – hij is een schilder die bij alles denkt en te denken geeft – in wiens schilderijen alle werkelijkheid tevens symbool is.–10 In het werk van Millet, van Lhermitte, is ook alle werkelijkheid tevens symbool.
Zij zijn iets anders dan wat men realisten noemt.

 2r:5 [sketch A]
tegen den winter, als ik meer tijd er voor heb, zal ik van dit soort gevallen eenige teekeningen maken.11 la nicheé et les nids daar heb ik hart voor – vooral die menschennesten, die hutten op de hei en hunne bewoners.–

My dear Theo,
I had wanted to inform you earlier of the safe receipt of your letter and the 150 francs enclosed. I’ve also received the September Lhermitte — it’s splendid.1
You write about the Poussins in the Louvre2 — I like Poussin very much.
But what a long time ago it is — too long — since I saw those paintings.3 As to that — I need to see paintings, and I must do something about it. Precisely because I very much hope to go finding people for my own work, I think it will be good for me to go on a trip every now and then.
Longing most of all for Rembrandt and Frans Hals, one day this week I’m going to the museum in Amsterdam4 with a friend of mine in Eindhoven5 whose studies I once showed you. If I can acquire connections for my own work, I won’t fail to do so — and I firmly believe that with perseverance I’ll win.  1v:2
As for the work, I’ve been painting a lot of still lifes lately,6 as I already wrote, and I like it enormously. I’ll send you some. I know that they’re difficult to sell — but it’s devilish useful and I’ll go on doing a lot to them in the winter.
You’ll get a large still life of potatoes — where I’ve tried to get body into it — I mean express the material. Such that they become lumps that have weight and are solid, which you’d feel if they were thrown at you, for instance.7
Anyway, you’ll just have to see.
That dispute I had with the priest — I haven’t had much more bother with it.8 There’ll always be God-fearing natives in the village who’ll still believe me capable of it, though, because it’s certain that the priest would love to pin the blame for that business on me. Since I’m not to blame, though, the rumours from that quarter leave me  1v:3 completely cold. As long as they don’t get in the way of my painting I don’t take any notice of them whatsoever. I’ve remained on good terms with the peasants to whom it happened and where I went to paint a lot, and am just as welcome in their home as before.
I’m now working on still lifes of my birds’ nests, and I’ve finished 4 of them.9 I think that some people who know nature well might like them because of the colours of the moss, dry leaves and grasses, clay &c.
I’ll write to you again at the end of this week, when I’m back from the little trip to Amsterdam.
Since I have to pay my rent again next month, I can hardly afford the expense. But it’s essential. So more soon.

Yours truly,

I’m sure my work will benefit in the long run if I see more paintings — because when I see a painting I can work out what it’s done with.  1r:4
As for Poussin — he’s a painter who thinks and makes one think about everything — in whose paintings all reality is at the same time symbolic.10 In the work of Millet, of Lhermitte, all reality is also symbolic at the same time.
They’re something other than what people call realists.  2r:5

[sketch A]

In the winter, when I have more time for it, I’ll make several drawings of this sort of thing.11 I feel for the brood and the nests — particularly those human nests, those cottages on the heath and their inhabitants.
1. Léon Augustin Lhermitte, Les vendanges (The grape harvest), engraved by Clément Edouard Bellenger, the month of September in the series ‘Les mois rustiques’, in Le Monde Illustré 29 (26 September 1885), Supplement to no. 1487. Ill. 222 .
2. There were several dozen works by Poussin in the Louvre. Most of them came from the former collection of Louis xiv. After the trip they took together, Theo and Andries Bonger really got a taste for it – in this period they went to the Louvre together every Sunday morning (FR b1821).
3. Van Gogh had not been back to Paris since he left Goupil & Cie at the end of March 1876. In Nuenen he was working in artistic and cultural isolation.
4. In July 1885 the Rijksmuseum opened in a new building on Stadhouderskade designed by the Dutch architect P.J.H. Cuypers. Van Gogh was in Amsterdam from Tuesday, 6 to Thursday, 8 October; see letter 534.
5. Anton Kerssemakers.
6. See for painting still lifes: letter 532, n. 8.
7. This is probably Baskets of potatoes (F 107 / JH 933 ).
8. See for the conflict with the clergymen in Nuenen: letter 531.
9. There are five known still lifes of the nests that Van Gogh had collected in June (see letter 507), all entitled Still life with birds’ nests (F 108 / JH 940), (F 109r / JH 942), (F 111 / JH 939 ), (F 112 / JH 938) and (F 110 / JH 941). It is not possible to work out which of these were now ‘finished’ and which were still being worked on. See for those sent later: letter 535, n. 1.
10. This notion is based on what Bracquemond said about Poussin in Du dessin et de la couleur: ‘more than any other master, he provides an example of the search for the contrasts between light and dark lines, leaving aside any form of representation. That is, by conceiving a work of art solely in terms of its essence, its clarity, the only forms that he depicts in their entirety in the final work are those that are strictly necessary’ (il donne l’exemple, plus qu’aucun autre maître, de la recherche du contraste des lignes claires et obscures, abstraction faite d’une représentation quelconque. C’est-à-dire que, ne concevant une oeuvre que par sa substance essentielle, la clarté, il ne retient des formes qu’il représentera complètes dans l’oeuvre définitive que le strict nécessaire) (see Bracquemond 1885, p. 208; cf. Van Uitert 1983, p. 29).
11. As far as we know Van Gogh did not in fact do this.