Back to site

448 To Anthon van Rappard. Nuenen, on or about Thursday, 29 May 1884.

metadata
No. 448 (Brieven 1990 451, Complete Letters R50)
From: Vincent van Gogh
To: Anthon van Rappard
Date: Nuenen, on or about Thursday, 29 May 1884

Source status
Original manuscript

Location
Amsterdam, Van Gogh Museum, inv. no. b8381 V/2006

Date
The letter was written after Van Rappard’s departure from Nuenen on or about 27 May, and after he had subsequently written to Van Gogh telling him that he had won a medal. The letter moreover dates from a day or two before 1 June (Whitsun), since Vincent writes: ‘Perhaps my brother Theo will come briefly at Whitsun’ (ll. 36-37). We have therefore dated the letter on or about Thursday, 29 May 1884.

original text
 1r:1
Amice Rappard,
Van harte wensch ik U geluk met de zilveren medaille die ge te Londen hebt gekregen.1 Voor mij is ’t een satisfactie in der tijd van dat schilderij gezegd te hebben wat ik er van gezegd heb. En dat nog eens herhaald te hebben nu onlangs, juist bij ons gesprek van dien Vrijdag toen ik U nog zeide: “ik vond in de kleur van dat schilderij de Spinster iets wat mij beter en solidener voorkomt dan ’tgeen ik U hier heb zien schilderen”.–
Toch het wevertje2 maakt daarop weer een uitzondering, zooals ik toen ook stipuleerde.
Een schij in een lagen toonladder beginnen en dan van laag af op zoeken te voeren, dat systeem, ik vond dat in Uw spinster in der tijd – ofschoon het een zeer oorspronkelijke manier van doen was.– Ik herinnerde U op dien Vrijdag nog aan Uw eigen woorden uit een uwer brieven over dat schij: “er zitten verbazende krachten in”. En die miste ik wel eens in Uw later werk.
Met veel pleizier denk ik terug aan Uw bezoek en ik twijfel niet of hoe meer gij hier komt hoe meer de natuur U aantrekken zal.
 1v:2
Sedert Uw vertrek heb ik gewerkt aan een Watermolen – die waar ik naar vroeg in dat herbergje aan ’t station waar we zaten te praten met dien man van wien ik U vertelde dat hij scheen te laboreeren aan een chronisch gebrek aan kleingeld in zijn zak.– ’t Is een dito geval als de twee andere watermolens die we zamen bezochten doch met twee roode daken en dat men vlak van voren ziet – met populieren er om heen.3 Zal in den herfst superbe zijn.
Goed ge de boeken hebt afgezonden.–4
Misschien komt mijn broer Theo even over met de Pinksterdagen doch niet voor langer en slechts als hij kans ziet er even uit te breken5 – ’t zal hem ook pleizier doen, zooals ons allen, ge bekroond zijt.
à dieu – spoedig meer, geloof me, met een handdruk

b. à t.
Vincent

translation
 1r:1
My dear friend Rappard,
I heartily congratulate you on the silver medal you got in London.1 It’s a satisfaction to me that I said what I said about that painting at the time. And to have repeated it yet again recently, specifically in our conversation on that Friday when I said to you, ‘I found something in the colour of that painting, the Woman spinning, that seems to me better and more solid than what I’ve seen you paint here’.
All the same, the little weaver2 is an exception to this, as I also stipulated then.
Starting a painting in a low register and then seeking to raise it from low upward, I found that system in your woman spinning at the time — although it was a very original way of doing things. On that Friday I reminded you of your own words about that painting in one of your letters, ‘there are surprising forces in it’. And I sometimes missed those in your later work.
I look back on your visit with great pleasure, and I don’t doubt that the more you come here the more the scenery will attract you.  1v:2
Since you left I’ve been working on a Water mill — the one I asked about in that little inn at the station, where we sat talking with that man whom I told you seemed to suffer from a chronic shortage of small change in his pocket. It’s the same sort of thing as the two other water mills that we visited together, but with two red roofs, and which one views square on from the front — with poplars around it.3 Will be magnificent in the autumn.
Glad you sent off the books.4
Perhaps my brother Theo will come briefly at Whitsun, although not for longer and only if he sees a chance of getting some time off5 — he’ll be pleased, as we all are, that you’ve received an award.
Adieu — more soon, believe me, with a handshake

Yours truly,
Vincent
notes
1. In May 1884 Van Rappard was awarded a silver medal at the International and Universal Exhibition in the Crystal Palace, London, which opened on 23 April, probably for his painting Old woman at the spinning wheel . See for this painting: letter 344, n. 4; and exhib. cat. Amsterdam 1974, pp. 12, 86.
2. For Van Rappard’s Weaver , see letter 447, n. 5.
3. Going by the description this is Water mill (F 48a / JH 488 ). The Collse Watermill was close to Nuenen/Tongelre Station at Eeneind. By ‘the two other watermills’ Van Gogh must have been referring to the Opwettense and Hooijdonkse mills in Nederwetten. See De Brouwer 1984, p. 106.
4. Among the books Van Rappard sent were Charles Blanc, Les artistes de mon temps and Eugène Fromentin, Les maîtres d’autrefois: Belgique – Hollande; see letter 459.
5. In 1884 Whitsun fell on 1 June; we know from letter 449 that Theo did indeed go to Nuenen.