1r:1
3Dank voor Uw laatsten brief. Hoe
4is het met de zieke,─
1 van Pa hoorde
5ik reeds zij ziek was, dat het zoo
6erg was als gij schrijft wist ik echter
7niet.
2
8Schrijf mij dit spoedig, als ge wilt.–
9Ja jongen “wat zullen wij zeggen”
_3
10C.M. & de Hr. Tersteeg zijn hier geweest
11& zijn l.l. Zaturdag weer vertrokken.
12Zij zijn naar mij dunkt wat te veel
13naar ’t Crystal Palace & andere plaatsen
14waar zij niets te maken hadden, ge
-
15weest. Zij hadden, dunkt mij, ook wel
16eens mogen komen zien waar ik
17woonde.─
18Gij vraagt mij naar Anna, maar
19daar zullen wij het later nog wel
20eens over hebben.─
4
1v:2
21Ik hoop & geloof dat ik niet
22ben wat menigeen op ’t oogen
-
23blik van mij denkt, nous
24verrons, de tijd moet er overheen
25gaan;─ waarschijnlijk zegt
26men over een paar jaar hetzelfde
27van U; ten minste als gij blijft
28wat gij zijt; mijn broeder in dub
-
29belen zin.─
5
30Gegroet, & mijne groete aan de
31zieke. En te serrant la main
_
1v:3
33pour agir dans le monde, il faut
34mourir à soi-même. Le peuple qui
35se fait le missionnaire d’une pensée
36réligieuse n’a plus d’autre patrie que
37cette pensée.
38L’homme n’est pas ici-bas seulement
39pour être heureux, il n’y est même
40pas pour être simplement honnête.
41Il y est pour réaliser de grandes cho
-
42ses par la société, pour arriver à la
43noblesse & dépasser la vulgarité où se
44traîne l’existence de presque tous les
45individus.─