1r:1
3“Gij oordeelt naar het vleesch. Ik oordeel
4niemand”
_1
5“Wie van U zonder zonde is, werpe het
6eerst den steen op haar.”
2
7Blijf dus bij je eigen idées & als je
8twijfelt of die wel goed zijn
/ toets
9ze dan aan die van hem die zeg
-
10gen durfde “Ik ben de waarheid”
3 of
11aan die van een of ander humaan
12mensch
/ Michelet b.v.─
13Virginité de l’âme & impureté du
14corps kunnen samengaan.─
4
15
Je kent de Marguerite à la fontaine
16van Ary Scheffer,
5 is er een reiner
17wezen dan dat meisje “dat zooveel
18heeft liefgehad”.─
6
19'“Leys n’est pas un imitateur
20mais un semblable” is een
21waar woord dat mij ook getrof
-
22fen had.─
7 Men zou ’t zelfde kun
-
23nen zeggen van sommigen van
24Tissot’s schilderijen, van zijn Prome
-
25nade dans la neige, Promenade
1v:2
26sur les remparts, Marguérite
27à l’église &c.
8
28Wat is ’t sujet van de Leys van
29Fagel.─
9
30Koop van ’t geld dat je van mij
31hebt Alphonse Karr “Voyage au
-
32tour de mon jardin”,
10 doe dat
33bepaald, ik wil dat je dat
34leest.
35Anna & ik wandelen iederen
36avond, ’t begint reeds herfst
37te worden & dat maakt de
38natuur nog ernstiger &
39inniger.─
40Wij gaan verhuizen & wonen
41in een huis geheel met klimop
42begroeid
11 waarvan we je
43spoedig meer schrijven.─
44Groeten aan allen die naar
45mij vragen.─
- On p. [1r:1] underlined: ‘Mr. Th. van Gogh’.
19 “Leys < Leys