1r:1
den Haag 17 Maart 1873
Waarde Theo,
Het wordt tijd dat je weer eens iets van mij hoort,
& ik ben ook verlangend om te hooren hoe het je gaat & hoe of het met Oom Hein
is, en hoop dus dat je mij als je tijd kunt vinden eens schrijven zult.
Je hebt zeker al gehoord dat ik naar
Londen ga, & dat waarschijnlijk
heel spoedig.
1 Ik hoop zoo wij elkaar voor dien tijd nog eens zien
zullen.
Als ik maar eenigzins kan, ga ik met
Paschen naar Helvoirt,
2
maar dat zal afhangen van de
nouveautés, waar Iterson mede op reis gaat.
3 Voor hij
1v:2 terug is zal ik niet weg
kunnen.–
Het zal te L. een heel ander leven voor
mij zijn, daar ik waarschijnlijk alleen op een kamer zal moeten wonen & dus voor veel zaken zal moeten zorgen waar ik nu geen last van heb.
Ik ben zeer verlangend om L. te zien,
zoo als je wel denken kunt, maar toch spijt het mij
van hier te moeten gaan. Nu het bepaald is dat ik weg moet merk ik pas hoe ik
aan den Haag gehecht ben. Maar enfin, dat is nu niet anders & ik ben van
plan de dingen maar niet te zwaar op te nemen.– Ik vind het heerlijk voor het Engelsch, ik kan dat wel goed verstaan,
maar spreken gaat toch lang zoo goed niet als ik zou willen.
4
1v:3
Van Anna heb ik gehoord dat je je
portret hebt laten maken,
5 als je er nog een missen kunt
recommandeer ik mij.
Hoe gaat het met Oom Hein, zeker wel
niet beter & hoe maakt Tante het. Kan Oom zich nog al bezig houden, &
heeft hij veel pijn. Groet hen hartelijk voor mij, ik
denk zoo dikwijls aan hen.
Hoe gaat het in de zaak, zeker zal het
wel druk zijn; bij ons ook.─ Je zult nu al zoo wat op de hoogte komen.
Hoe is het in je kosthuis, blijft dat
bevallen, dat is een voornaam ding.─ Je moet mij
vooral meer schrijven wat je alzoo ziet. Ik ben Zondag voor 14 dagen naar
Amsterdam geweest, om eene tentoonstelling te zien van de schilderijen die van hier naar Weenen gaan.
6 Dat was zeer
interessant & ik ben nieuwsgierig
1r:4 wat voor figuur de Hollanders te Weenen maken
zullen.
Ik ben zeer nieuwsgierig naar de Engelsche schilders,
wij zien daar zoo weinig van, daar bijna alles in Engeland blijft.
Te Londen is van Goupil geen winkel maar
er wordt alleen aan den handel geleverd.
7
Oom Cent komt in ’t laatst van deze maand hier, ik verlang zeer van hem
nog een & ander te hooren.
Bij Haanebeek & Tante Fie
8
vragen zij gedurig naar je & laten zij je groeten.
Wat heerlijk weer tegenwoordig, ik profiteer er maar zooveel van als ik kan, verl.
Zondag ben ik al met Willem
9 uit roeien geweest. Wat zou ik
dezen zomer nog graag hier gebleven zijn, maar wij
moeten het maar nemen zoo als het is. En nu, adieu, heb het goed & schrijf mij eens. Zeg Oom & Tante, Schmidt & Eduard
10 voor mij goeden dag. Ik hoop maar op Paschen. Steeds
je liefh. broer
Vincent
Mijnheer & Jufvr. Roos & Willem laten je ook groeten.
Daar juist ontvang ik je brief, dank er voor. Ik ben
zeer in mijn schik met het portret, het is best
uitgevallen. Als ik iets naders hoor over mijn naar
Helvoirt gaan schrijf ik het je dadelijk; ik zou het
heel aardig vinden als wij op den zelfden dag kwamen.
Adieu.
Theo ik moet je toch nog eens recommandeeren om pijpen te gaan
rooken, dat is zoo goed als je het land eens krijgt; zooals mij dat tegenwoordig
nog al eens overkomt.