1r:1
Beste moeder en zuster,
Hartelijk dank voor uwe goede brieven die mij regt veel genoegen deden. Tegenwoordig voel ik me kalmer dan verl. jaar, en werkelijk de onrust in mijn hoofd is zoo veel bedaard. Ik heb trouwens wel altijd dat geloofd, dat het terugzien van de omgeving van vroeger dat zou uitwerken.
Dikwijls denk ik aan U beiden en zou wel erg graag U nog eens terugzien.
Erg goed dat Wil in het hospitaal is gaan werken.1 en dat zij zegt – de operaties vielen me mee, juist omdat zij apprecieert de middelen om de smart te verminderen en het er op uit zijn van veel dokters om hetgeen gedaan moet worden eenvoudig en verstandig en met goedheid te doen – wel dat noem ik de dingen goed aankijken en – vertrouwen.
 1v:2
Maar juist voor de gezondheid zooals ge zegt – is het erg noodig in den tuin te werken en de bloemen te zien groeijen.
Ik voor mij ben geheel geabsorbeerd in de onafzienbare vlakte met korenvelden tegen de heuvels, groot als een zee, fijn geel, fijn zacht groen, fijn paarsch van een omgewerkt en gewied stuk grond, regelmatig met het groen van bloeiende aardappel planten gespikkeld, alles onder een lucht met fijn blaauwe, witte, rose, violette toonen.
Ik ben geheel in een stemming van haast al te groote kalmte, in een stemming om dat te schilderen.
Hartelijk hoop ik dat U met Theo en Jo regt gezellige dagen zult hebben en even als ik zult u wel zien hoe goed zij voor het kindje zorgen dat  1v:3 er toch goed uitziet.
Wat zullen Anna’s kinderen al groot worden.2
Gegroet voor heden, ik moet op mijn werk uit, in gedachten allen omhelsd.

Uw liefh.
Vincent

top