1r:1
Beste moeder & zuster,
t’is voor t’eerst na 2 maanden ongesteldheid dat ik tot schrijven kom. Tot heden kon ik noch tot lezen van uw brieven noch tot schrijven komen en de dokter niet t’huis zijnde kan ik heden de brieven en een collis postal van U1 niet krijgen maar wil voorloopig niet uitstellen voor beiden regt hartelijk U te bedanken. Van harte hoop ik dat het U beiden goed gaat en ook bij Anna en Lies. Heden schreef ik aan Theo en zond hem een aantal schilderijen waarvan hij denkelijk U wel iets zal sturen. Zoo heb ik juist in den besten tijd van t’voorjaar niet kunnen werken, en dus voorspoedig gaat het niet.
Maar wat zal een mensch er aan doen.2 Alle verandering is geen verbetering maar ik verlang zeer hier weg te gaan, het is moeielijk uit te houden wat men hier uitstaat.
 1v:2
Ik ben bezig sedert een paar dagen aan t’schilderen van een grasveld in volle zon met geele paardebloemen.3 En terwijl ik op t’ergst ziek was heb ik toch nog geschilderd, o.a. een souvenir van Brabant, hutten met mosdaken en beukenheggen op een herfstavond met een stormachtige lucht, de zon rood ondergaande in rosse wolken.4 Ook een knollenveld met vrouwen die aan het groen plukken zijna in de sneeuw.5
Ik heb Theo gevraagd om mij mijn oude teekeningen te sturen voor zoover hij ze nog heeft.
Zijn er soms nog bij U van mijn oude studies en teekeningen.6 Al zijn die op zich zelf niet goed dan kunnen zij me in herinnering brengen en gegevens zijn voor nieuw werk, maar b.v. die U op heeft hangen heb ik niet noodig. Veeleer zouden het krabbels zijn van figuren van de boeren. maar t’komt er niet zóó erg op aan dat U er lang naar moet zoeken.
 1v:3
Hartelijk hoop ik U beiden wel zijt en spoedig meer.
Geloof me ik dikwijls aan U denk en in gedachten omhelsd.

Uw liefh.
Vincent.

Toen ik hoorde dat mijn werk wat succes had en het bewuste artikel7 las heb ik dadelijk gevreesd dat het me opbreken zou – t’gaat bijna altijd zoo in t’schildersleven dat het succes al mee t’ergste is.

top