1r:1
Waarde Theo,
Zooeven t’huis komende van Scheveningen vind ik Uw brief, waarvoor hartelijk dank.
Veel dingen er in doen mij genoegen. Vooreerst ben ik blij dat de donkerheden in de toekomst aan onze vriendschap niets kunnen veranderen of er mee te maken hebben. Verder ben ik blij dat gij spoedig komt – en dat gij vooruitgang bespeurt in het werk. De verdeeling van Uw inkomsten direkt en indirekt onder niet minder dan 6 personen is wel merkwaardig.1
Doch de onderverdeeling van de frs 150 van mij onder 4 levende wezens terwijl al de onkosten voor model, teekengerij, schilderbehoeften, huishuur er af moeten, geeft ook wel te denken, niet waar.
Als het eens kon wij die frs 150 uit het werk haalden ’t ingaande jaar – ik reken ’t ingaat bij Uw bezoek – zou een heerlijk ding zijn. Wij moeten daarover raadschaften. Het is jammer dat ik met het schilderen niet wat verder ben, ik moet dat toch nog eens expliceeren van af ’t begin. Toen ge verl. zomer hier geweest zijt kreeg ik geld van U om me eens flink in te spannen. Ik heb toen Stam en Leurs er van moeten betalen en heb bijgekocht en direkt betaald en aan ’t werk gegaan. Toen bovendien schreeft ge een tijd later dat gij geld zoudt binnen krijgen en dat dan “de verf in de schilderkist niet ontbreken zou”. Doch dat heeft niet zoo mogen zijn want van dien tijd af zijt ge als ge ’t u herinneren kunt zelf niet zonder tegenspoed geweest. Evenwel in ’t begin van den winter, of liever in ’t eind van den herfst, kreeg ik weer een extratje. Toen moest daar weer geld voor Leurs af, ik had toch geschilderd in die herfstdagen, o.a. toen we de stormen op Schevening hebben gehad.2 We stonden toen voor den winter en ik achtte ’t niet raadzaam in nieuwe onkosten me te steken bij de meerdere uitgaven voor branda &c. daar er weinig van het extratje overschoot. Nu, ik ben toen weer eens flink model gaan nemen en zeer zeker is de periode van toen tot nu dezen laatsten tijd er eene geweest dat ik voel in ’t figuur gevorderd te zijn.
Maar bij het maken van die figuurstudies was het absoluut niet mogelijk verf te koopen of te aquarelleeren. Want als ge nadenkt zult ge U herinneren hoe gij meermalen gemeend hebt te kunnen sturen en er niet van komen kon eerst, meendet ge in Maart, doch daarvoor hebt ge zelf nog geld moeten opnemen.  1v:2 En hebt voor de vrouw moeten zorgen en hebt het geval met H. v. G. gehad en later stilstand in de zaken betrekkelijk.3
Nu, ik heb ’t soms toch willen doen als ik eenigzins dacht het te kunnen schipperen, ik heb nog geld van Rappard opgenomen, ik heb een extratje van Pa gehad.4 Maar hoe gaat het – als de meikever die aan den draad zit, een eindje vliegen kan doch dan stuit op iets fataals.5
Ik begon dingen doch zoodra de maand uit was moest ik voor ’t betalen der rekening weken krom liggen, soms haast onhoudbaar gegêneerd.
Zoo niet altijd heb ik dat kunnen doen wat in mijn hart was en is om te doen.
Enfin den moed niet verloren, we moeten op nieuw er op hameren.
Ik heb daarjuist eenige studies van marines6 mee gebragt die zouden kunnen tot grondslag dienen voor aquarellen als die heele kleine van de laatste badgasten die ik U eens in een brief stuurde.7 We zullen ons best doen maar wel zijn het moeielijke tijden.
Waar ik pas aan begon, wat eigentlijk meer dan iets anders presseert, is het schilderen van figuurstudies, maar ik sta perplex hoe ’t te bekostigen.
Ik heb ’t atelier laten veranderen ook nog. Het is er zoo mee dat ik zelf al lang op hoop geteerd heb.
Maar ge komt spoedig – dat’s een goed ding – in elk geval ziet ge dan eens wat ik nog hier heb – en zult dan wel zien ik niet veel stilgezeten heb ook.
Ik moet echter zien ik wat kracht krijg want als ik die wat terug mogt vinden zal ’t hoog noodig zijn ze te gebruiken.  1v:3 Want mijn kracht is er bij ingeschoten, het is niet normaal dat ik moe ben als ik een eindje loop als van hier naar de post, en zoo is het tegenwoordig. O ik zet toch door natuurlijk maar ik moet er wat aan doen.
Mijn gezondheid is daarom niet van streek (in den grond of chronisch) want het is niet door excessen veroorzaakt maar door te weinig voeding of te slap op den langen duur.
Nu, dit jaar zal wat presseert om te vorderen zijn dat er geschilderd moet worden. Nu geef ik u nog eens in overweging iets waar ik verl. jaar reeds met een woord over heb geschreven8 doch U geloof ik door ’t hoofd is gegaan.
Hier moet ik betalen voor verf &c. den particulieren prijs uit de tweede hand.
Zou ’t niet mogelijk zijn ge verf magtig werd van Paillard of zoo iemand in een zekere hoeveelheid tegen den netto prijs uit de eerste hand, dus van den maker zelf.
Dat zou ongetwijfeld een stap nader zijn om te maken dat de verf niet hoefde te ontbreken. En zou ik heel blij zijn reeds als we dit zoo konden schikken dat gij telkens als ge zendt b.v. 10 francs af wildet houden. Dat maakt 30 francs per maand, 90 in de drie maanden en zou ik U niet telkens lastig vallen om een paar tubes doch, als ik netto prijslijst heb, opgeven ’t benoodigde voor 3 maanden. Wilt ge hierover eens Uw gedachten laten gaan. ik geloof dat zou een goeden maatregel zijn. Paillard of Bourgeois9 of wie dan ook, komt er niet op aan. Gij als handelaar zoudt welligt in de termen vallen tegen netto prijzen te krijgen.10
 1r:4
Ik had nog een plan om tot iemand te spreken over me verf te leveren tegen netto prijs, doch hij kan niet hoor ik van hem nu ik er eens over gepraat heb.11
Ge moet maar zien dat ge spoedig komt broer, want ik weet niet hoe lang ik het zal kunnen volhouden. De dingen zijn me wat te veel, ik voel dat ik er onder bezwijk.
Ik zeg het U ronduit dat op zoo’n manier ik bang word dat ik er niet komen zal want mijn gestel zou goed genoeg zijn als ik niet lang had hoeven te vasten maar ’t is telkens geweest of vasten of minder werken, en zooveel mogelijk koos ik het eerste tot dat nu ik te slap ben geworden. Hoe dat uit te houden. den invloed er van zie ik zoo duidelijk en klaar in mijn werk dat ik er bekommerd over word hoe verder te komen.
Gij moet hierover niet spreken broer, want als zekere personen12 zoo iets wisten zou het zijn: o zie je wel, dat hebben we al lang vooruit gezien en vooruit gezegd, en niet alleen zouden ze me toch niet helpen maar bovendien me de mogelijkheid afsnijden om met geduld weer aan te sterken en me te redresseeren.
Gegeven mijn tegenwoordige omstandigheden kan mijn werk niet anders zijn dan het is. Als ik mijn ligchamelijke slapheid kan te boven komen zullen we zien te vorderen, ik heb het al uitgesteld en uitgesteld om me te versterken omdat ik voor anderen te zorgen heb en voor ’t werk. Maar ik ben ten einde raad nu. de vooruitgang in ’t werk is niet te verwachten voor ik wat sterker ben, het blijkt me al te duidelijk in den laatsten tijd dat mijn physiek er op influenceert.
Ik verzeker U dat het NIET iets anders is dan een verzwakking door inspanning en te slappe voeding. Sommigen die over mij wel eens gepraat hebben als had ik een soort kwaal, zouden er weer over beginnen en dat is een kletspraatje dat heel leelijk is en houd het dus voor U zonder er verder over te praten als ge hier komt. Maar de droogheid in het werk is betrekkelijk buiten mij om en zal veranderen als ik er me boven op kan werken.
Het geen ik ’t meest naar verlang is uw komst en dat we zamen ’t werk eens doorloopen en elkaar weer eens zien.
Gegroet, en in den tusschentijd zie ge eens een keer meer schrijft want ik heb er behoefte aan. En dank voor dezen laatsten brief hoor – heb ’t zoo goed mogelijk.

Het zal weer een kwestie zijn van vasten moeten deze volgende dagen tot Uw brief weer komt, schrijf zoodra ’t u mogelijk is.13

top