1r:1
1Waarde Theo,
2Voor Uw schrijven/ voor het ingeslotene dank
3ik U/ ofschoon ik een gevoel van droefheid
4niet kan onderdrukken over wat ge zegt/
5“betreffende ’t vervolg kan ik U weinig hoop geven”.
6Bedoeld ge dat uitsluitend ten opzigte van het
7finantieele/ ik zou er ’t hoofd niet om laten hangen/
8maar moet ik het opvatten als slaande op mijn
9werk/ weet ik niet regt hoe ik het verdiend heb.
10Het treft net dat ik U de proeven van photos
11naar een paar van mijn laatste teekeningen
12kan sturen/ welke ik U al eerder beloofd had
13doch niet halen kon omdat ik platzak was.1
14Ik weet niet hoe ge dat woord bedoeld hebt/
15ik kan ’t ook niet weten/ Uw brief
16is te kort/ maar ’t gaf me een
17onverwachten stoot regt in de borst_
18Maar ik wou wel eens weten hoe het er
19mee gesteld is/ of gij iets in me hebt opgemerkt
20dat ik niet vorderde of zoo.
21Betreffende ’t finantieele, zult ge U
22herinneren gij mij schreeft over slechte tijden
23maanden geleden/ mijn antwoord was:
24goed, reden om van weerskanten dubbel
25ons best te doen; zie gij me te zenden
26het uiterst noodige/ ik zal er achterheenzitten
27om weer een eind op te schieten
28zoo dat we misschien bij de illustraties
29iets plaatsen kunnen.
30Sedert zette ik diverse grootere composities
31op touw waarin meer een sujet was dan
32in enkele figuurstudies.
 1v:2
33Zoo valt nu mijn eerste zending
34photos om desnoods te kunnen toonen
35aan den een of ander zamen met Uw
36'“voor ’t vervolg kan ik U weinig hoop geven”.
37Is er iets bijzonders???
38Ik ben wat zenuwachtig er over/ ge
39moet eens spoedig weer schrijven.
40Nu/ de photos zooals ge ziet zijn Zaaier
41aardappelwroetersTurfstekers.
42Nu heb ik er nog anderen gemaakt/ Zandgroeve/2
43onkruidverbranders/3 Mestvaalt/4
44Aardappelwroeter 1 figuur,5 Kolenladers/6
45en nu heb ik op Schevening deze week
46gewerkt aan Nettenverstellen
47(Scheveningsche vischersvrouwen)_7
48En nog twee grootere composities van
49Duinwerkers8 (een van welke ik nog eens aan
50Tersteeg liet zien) die/ ofschoon er nog veel
51aan te sjouwen zal zijn/ toch datgene
52zijn wat ik ’t liefst zou voleindigen.
53Lange rijen spitters – arme lui van
54stadswege aan ’t werk gezet – voor een stuk
55duingrond dat omgespit moet worden. Maar
56dat te maken is enorm zwaar_
57In Turfspitters ziet ge een eerste idee ervan.
58Ik zou er zoo melankoliek niet over
59zijn broer/ als gij er niet iets bij zeidet
60dat me zorg geeft. Gij zegt “laat ons
61'hopen op betere tijden”.–
 1v:3
62Zie/ dat is een van die dingen waar men mee
63op moet passen m.i. Hoop hebben op betere
64tijden moet niet een gevoel zijn maar
65een iets doen in het heden_9
66Mijn doen is in zoover afhankelijk van
67uw doen dat als gij met
68zenden zoudt verminderen ik niet voort
69kan en desperaat zou zijn.
70Juist omdat ik de hoop op betere tijden levendig
71in me voelde/ bleef ik er met alle kracht
72'me in werpen – in ’t werk van ’T “HEDEN” –
73zonder verder over die toekomst te denken
74anders dan dezelve overgevende in ’t vertrouwen
75er loon na ’t werk zoude zijn/ ofschoon
76de onkosten op eten/ drinken/
77kleeren moesten bezuinigd worden/
78telkens/ week aan week/ meer en meer.
79Ik stond nu voor kwestie naar Schevening gaan/
80voor kwestie schilderen_– Ik dacht:
81kom/ doorzetten_– Maar nu zou ik wenschen
82niet begonnen te zijn kerel/ want het
83zijn onkosten meer en ik heb het niet.
84De weken gingen voorbij/ vele/ vele
85weken en maanden in den laatsten
86tijd dat telkens de onkosten iets zwaarder
87waren dan ik met alle tobben en hoofdbreken
88en uitzuinigen kon bij houden_ Zoo als ’t geld
89van U komt moet ik er niet alleen 10 dagen mee
90rondkomen doch zooveel direkt af betalen dat
91die 10 dagen die voor de borst staan van den eersten
92af on ne peut plus mager zijn. En de vrouw moet
93’t kind de borst geven en ’t kind is sterk en groeit
94en ze zit er dikwijls mee er geen zog is_
 1r:4
95Nu/ ik zit in ’t duin of ergens anders ook met
96een enorm gevoel van flaauwigheid bij tijden
97'omdat er niets inkomt.
98Schoenen gelapt en kapot van allen & meer
99andere petites misères10 die maken men rimpels krijgt_
100Enfin – ’t zou niets zijn Theo/ als ik maar
101'de gedachte kon houden: toch zal ’t gaan/
102doorzetten maar_ Nu echter is ’t woordje
103'van U “ik kan voor ’t vervolg u weinig hoop geven”
104voor mij iets als “the hair that breaks
105the camels back at last_ De last is wel
106eens zòò zwaar dat het eene haartje meer
107het beest tegen den grond doet vallen.
108Nu que faire_– Blommers zag en
109sprak ik op Schevening reeds tweemaal en
110hij zag een paar dingen van me
111en vroeg me eens bij hem te komen_
112Ik maakte eenige geschilderde studies daar/
113een brok zee/ een aardappelland/ een
114veld met nettenverstelders/ en hier t’huis
115een kerel in ’t aardappelland die kool plant
116op de leege plekken tusschen ’t aardappelloof/11
117en dan onder handen de groote teekening
118van ’t netten boeten/ zooals ze ’t noemen.12
119Maar mijn lust voel ik vergaan/
120men heeft behoefte aan een vast
121punt ergens. Zie/ dat ge me zegt/ hoop
122maar op de toekomst/ is net als of ge
123zelf geen hoop meer hebt betreffende mij_
124Is dat zoo_– Ik kan ’t niet helpen/
125ik ben niet prettiga door de zorg en
126ik wou dat ge maar eens hier
127waart.
 2r:5
128Gij zegt dat de autographies13 wat mager
129zijn van effekt/ het verwondert me
130niet in ’t minst als ik denk dat
131t’physiek van iemand op zijn werk influenceert
132en mijn leven is te droog en te mager_
133waarachtig Theo/ ter wille van ’t werk
134zouden we een beetje beter moeten
135gegeten hebben maar ’t kon er niet
136af en het zal zoo blijven als ik niet
137een klein beetje meer ruimte
138krijg op een of andere manier_
139Daarom/ toe laat de photos eens
140kijken aan Buhot of zoo als ge
141zelf niet sturen kunt en, zie een
142debouché te vinden door hem, als
143’t kan.
144Ik heb er haast berouw van dat ik
145weer ben gaan schilderen want als ik
146er niet mee vorderen kan wou ik liever
147ik ’t maar daargelaten had. Nu/
148het gaat niet zonder verf en verf kost
149duur en omdat ik nog wat moet betalen
150aan Leurs & Stam kan ik niet laten
151oploopen. En ik schilder zoo graag.
152Nu ik weer bezig was kreeg ik in dingen
153van verl. jaar weer meer pleizier en heb
154weer geschilderde dingen in ’t atelier gehangen.
155De zee/ waar ik vreeselijk veel van houd/ zij
156dient met schilderen geattaqueerd te worden/
157anders heeft men er geen vat op.–
 2v:6
158Zie Theo/ ik hoop maar dat
159gij den moed niet opgeeft/ maar
160waarachtig/ als ge gaat spreken
161van “geen hoop geven voor ’t vervolg”
162dan word ik melankoliek want
163gij moet den moed en de energie
164hebben om te zenden/ anders zit
165ik vast zonder dat ’t in mijn magt
166is om vort te komen/ want die
167vrienden konden zijn zijn vijandig
168geworden en schijnen ’t te willen
169blijven.
170Denk er eens over na dat ik
171toch niets deed dat dit motiveeren
172kon eigentlijk/ althans niet motiveeren
173kon dat Mauve b.v. of Tersteeg of
174C.M. zoo koel zijn niet eens iets te
175willen zien of een woord spreken_
176ik vind ’t menschelijk men over
177’t een of ander en froid gerake
178maar ’t en froid zijn aan te
179houden zelfs nu er meer dan een
180jaar passeert en na herhaalde
181pogingen om ’t bij te leggen/ is niet
182aardig.
 2v:7
183Zoo eindig ik voor heden
184met de vraag/ Theo toen
185in ’t begin gij tot mij spraakt
186over ’t schilderen14 en we hadden
187toen kunnen vooruitzien ’t werk
188van nu/ zouden we geaarzeld
189hebben te vinden dat het regt
190was ik schilder zou worden (of
191teekenaar dan/ wat doet het er toe)?
192Ik geloof niet dat we toen
193geaarzeld zouden hebben om
194door te zetten als we b.v. deze
195photos hadden kunnen vooruitzien/
196niet waar/ want er moet toch
197'een schildershand en -oog
198zijn wil men zoo’n geval uit het duin
199in een of anderen vorm creeëren.
200Nu echter is het dikwijls ik
201zoo beroerd me gevoel als ik
202de lui antipathiek zie blijven en koud/
203dat ik den moed verlies. Nu/ ik
204redresseer me dan weer en
205ga weer aan ’t werk en lach
206er om/ en omdat ik in ’t
207heden werk en geen dag laat omgaan  2r:8
208zonder te werken/ geloof ik dat ik wel degelijk
209hoop heb op de toekomst/ ofschoon ik
210’t gevoel daarvan niet heb want ik zeg het
211U/ er schiet me geen spacie in mijn
212hersens over om over de toekomst te philosopheeren/
213zij ’t om me van streek te brengen zij ’t om
214me te troosten_ het heden vasthouden
215en niet laten voorbijgaan zonder te
216zien er iets uit te halen/ ziedaar wat ik
217geloof pligt te zijn.
218Tracht gij U dus ook ten opzigte
219van mij te houden aan het heden
220en laat ons volhouden wat we
221kunnen volhouden/ liever heden dan
222morgen_
223Toch Theo/ hoeft ge me niet te sparen
224als ’t een kwestie is van geld alleen en
225als gij als vriend en broer maar ietwat
226sympathie voor ’t werk houdt/ verkoopbaar of
227'onverkoopbaar. Als dat ’t geval maar is:
228dat ik in dit opzigt uw sympathie15 houden
229mag/ dan kan ’t me bitter weinig schelen
230en dan moeten we kalm en koelbloedig
231raadschaften. Dan/ als er geen hoop
232is voor ’t vervolg in ’t finantieele zou ik
233proponeeren een verhuizing naar buiten/
234op een dorp geheel buiten uithalende
235de helft van huishuur en voor ’t zelfde
236geld als men hier voor slecht betaald/ goed en gezond
237eten/ noodig voor de vrouw en de kleintjes en voor
238mij eigentlijk ook_ Tevens nog voordeelen hebbende
239voor modellen misschien_
 3r:9
240Ge weet/ verl. zomer heb ik geschilderd – verscheiden studies
241heb ik nu weer eens opgehangen omdat bij ’t maken
242van nieuwen ik er weer oog op kreeg er toch iets in was_
243Indirekt hielp dat schilderen me voor mijn
244teekenwerk gedurende de wintermaanden
245en ’t voorjaar, en voerde ik dat op tot deze
246laatste teekeningen toe. Nu echter voel ik weer
247’t goed zou zijn een tijd te schilderen en ik
248dat noodig heb om tooniger te worden/
249ook in de teekeningen. Ik had plan
250de wijven die in ’t gras netten zitten te
251verstellen tamelijk groot te schilderen maar
252op Uw woord zie ik er van af tot ik
253U spreek_
254Ik heb nog drukjes van de autographies
255gekregen doch ook nog zwak/ maar
256'de man zegt me16 hij er eigentlijk meer inkt
257op had moeten doen en er me nog beteren
258zal geven.17 N’importe/ ik heb er eens een
259proef mee genomen om in klein formaat
260als voor illustratie croquis te maken.
261Och Theo/ ik zou veel meer kunnen vorderen
262als ik ’t wat ruimer kon hebben_
263Maar ik weet er niets op te verzinnen/ overal stuit
264ik op onkosten. Als ik de historie van dezen of
265genen schilder lees zoo zie ik ze toch allen
266geld noodig hadden en beroerd
267werden als zij niet vort konden.
268Schrijf eens spoedig want ik ben
269niet prettig en in tweestrijd of ik Schevening
270durf doorzetten/ dat met kosten aan schildergerij
271'gepaard gaat.
 3v:10
280Ik had gehoopt ge wat zoudt hebben kunnen
281sturen – nu/ in elk geval/ vooral als ge geen
282geld hebt moet ge me eens
283spoedig schrijven want ’t is een toer
284moed te houden in de gegevenen.
285Ik vind de teekeningen waarnaar
286de photos zijn nog niet diep genoeg
287van toon/ nog niet genoeg de emotie die
288de natuur opwekt weergevende/
289maar als ge dit vergelijkt bij ’t
290geen ik mee ben begonnen/ met
291de figuren van vroeger/ zoo meen ik
292mij niet te vergissen er een rigting
293van vorderen in is en dien stroom
294mogen we niet loslaten/
295dus laat ons zien door te sjouwen.
296Ik wou ge maar eens kwaamt.
297Schrijf in elk geval spoedig_
298adieu/ met een handdruk_

299t. à t_
300Vincent

301Ik vind het niet goed Theo/ om
302uit te geven meer dan men
303ontvangt – maar als ’t een kwestie
304is van werkstaken of doorwerken
305zoo ben ik voor ’t doorwerken tot het uiterste_
306Millet en de andere voorgangers hebben
307doorgezet tot den deurwaarder toe/ of
308sommigen hebben gevangen gezeten of zijn
309'moeten verhuizen her- en derwaarts/ doch ik zie in hen
310niet dat zij hebben gestopt_ En bij mij is ’t nog
311maar in ’t begin maar als een donkere schaduw zie ik het
312in de verte en maakt ’t me soms het werken somber.

272Ik heb Breitner nog gesproken sedert, over die drie
273aangezette composities.18 Het was wel zoo iets van dat hij ze in een
274moment van van streek zijn had gemaakt. Hij zeide mij hij er spijt van had ze zoo gemaakt te
275hebben en liet mij een veranderde compositie zien van den dronkaard en studies van
276gemeene straatwijven19 die oneindig beter waren. En ik zag ook een paar in wording
277zijnde aquarellen en een schilderij van een hoefsmederij20 die met een bedaarder
278en juister hand en hoofd waren gedaan. Ik las een boek dat hij me leende/
279Soeur Philomen van de Goncourt die Gavarni schreef. De geschiedenis passeert in een gasthuis/ erg goed.21


36 geven”. < geven.
61 tijden”.– < tijden.–
72 “HEDEN” – < “HEDEN”
97 niets < niet
101 houden: < houden
103 geven” < geven
197 -oog < oog
227 is: < is
256 me < It is possible that Van Gogh wrote ‘nu’.
271 gaat. < gaad.
272-279 Ik [...] goed. < In the bottom margin on p. 9 (Ge [...] gaat., l. 240-271); interpreted as a postscript.
309 her- < her
top