1r:1
Amice Rappard.
Uw telegram ontving ik heden morgen. Ik stond op ’t punt naar U toe te komen toen ik hoorde gij verhinderd waart. Doch bij nader inzien zag ik er van af omdat ik dacht dat welligt de dokter van meening zou zijn het U hinderen zou te spreken &c.
Ik geloof anders van U zelf gij dit bezwaar niet maken zoudt – ik zelf zou er ook geen zorg over hebben ’t U schaden zou. Integendeel betrekkelijk, er is iets in ’t gestel van ieder schilder dat eigenaardig is. Momenteele zwakte, zenuwachtigheid, melankolie, komt meermalen uit de inspanning van ’t werk voort – tevens echter is er een soort weeromstuit, & genezen zwakte &c. &c. soms juist door inspanning weder.
Is iemand overvoerd en bleua van redeneeren en overleggen met vrienden, mogelijk kon ’t hem goeddoen een tijd de eenzaamheid te zoeken doch zoover ik weet is dit niet Uw geval.  1v:2 Dus dacht ik er over naar U toe te komen.–
Maar ik dacht, Rappard heeft vaders, moeders, zusters, broers, meiden, knechts, weet ik wat meer in huis en die allen mogten op schildwacht staan om hem rustig te houden als de dokter zoo iets gezegd heeft. Komt men nu op zoo’n moment, is toch de aardigheid er af en men zit gegeneerd tegenover elkaar. Ik voor mij zeg U echter ronduit in mijn eigen gestel ik duidelijk die twee krachten van uitputting en weeropstijving door èèn zelfde oorzaak, inspanning op ’t werk veroorzaakt, bij tijden gevoel. En op de laatste, voor mij zelf niet alleen maar ook voor anderen, zóó vertrouw dat b.v. toen ik verl. jaar ziek was1 ik brutaal tegen ’t avis van den dokter heb ingehandeld in eenige opzigten, niet omdat ik zijn raad verkeerd vond  1v:3 of ’t beter wilde weten maar bij mij zelf redeneerde, ik leef om te schilderen en niet direkt om mijn gestel te conserveeren. Soms is ’t mysterieuse woord, wie zijn leven zal verliezen die zal ’t vinden,2 klaar als den dag. Ik nu ben SPOEDIGER genezen dan een paar anderen van wie ik weet hoelang zij er over deden om van ’t zelfde beter te worden.
Maar – beste vriend – ik schrijf wat ik U anders zeer zeker zou zeggen – wees wel spaarzaam op Uw kracht in dezen zin dat ge geen krachten besteedt aan zaken die niet direkt tot Uw doel leiden. Kerkornamenten zeg ik ’t zelfde van als van decoraties maken.3 ’t is m.i. kruidb verschieten aan ’t geen wel op zich zelf een schot kruid desnoods waard moge zijn van iemand die zijn patroontasch vol heeft en weer aanvullen kan als die leeg is, doch – amice – geen patroon van een tirailleur van wiens op zijn qui vive zijn belangrijke zaken mogten afhangen en wiens positie hem meer verantwoordelijkheid op de schouders legt dan een ander.
Wat voor anderen gepermitteerd zij is misschien in U laakbaar, le mieux en ce cas etant l’ennemi du bien.4 Ergo, spaar U voor le mieux.
 1r:4
Deelt ge mijn opinie omtrent uw responsabiliteit en ’t geen van Uw post afhangt – ’k weet het niet precies. ten opzigte van iedereen zijn er twee gezigtspunten, wat men is, wat men zou kunnen zijn. In ’t eerste mogen we ons niet opsluiten dunkt mij met een “gerust” geweten. Het laatste moeten we als eene formidable realiteit boven ons gevoelen als zijnde wij nooit verantwoord, onvolkomen en vol fouten als we zijn, ’t ideaal en ’t geen tot in ’t oneindige gaat te verdonkeremanen als ging ’t ons niet aan. Ik heb een paar redenen Uw post in de gegeven toestanden zeer important te vinden. Misschien is mijn gevoel jegens U er somberder door. Ik vraag mij af, wat zal R. doen? Waar zal hij partij voor kiezen?
Maar nu is ’t niet direkt ’t moment daarover te philosopheeren. Dus ter zake. Ik heb een bepaald verlangen U binnen kort te ontmoeten. In een jaar tijds zag ik absoluut niets van U, langer zelfs want verl. jaar toen ge hier waart ook niet. Verder zaagt gij van mijn werk ook weinig – niets dan de lith.
Dus we moeten als ge ’t goed vindt ’t zoo schipperen dat we, en wel wederkeerig, elkaar zien. Is dus mijn voorstel dat ge me eens zult doen weten welken dag er geen verhindering zou zijn ik eens een morgen op Uw atelier kwam. Zoolang gij deze bewuste verschijnselen van bloed opgeven hebt vind ik het niet overdreven er bezwaren zijn tegen een komen naar hier. laat ons dus afspreken dit uit te stellen tot die verschijnselen geheel weg zijn. Maar den eersten den besten dag dat gij zonder Uw dokter te contrarieeren in Uw gewone doen zijt, kom ik als ik éen woordje berigt van U ontvang naar U toe.
Ge ziet, ik schrijf U nog vóór ik Uw brief ontvang waarvan Uw telegram melding maakt. Doch ’k veronderstel niet deze dit plan veel wijzigen zal doch welligt het er zich aan aansluit.
 2r:5
Meen niet ik geheel op alle decoraties of ornamenten tegen heb – doch ik heb er op tegen in dezen tijd en in deze omstandigheden waar we nu hier in Holland mee te maken hebben. Ik heb er niet op tegen als in een tijd van groote animo en een geest van energie en renaissance een zeker surplus van kracht zich in die rigting verliest. Maar ik heb er op tegen in een tijd waarin niet direct animo en energie de algemeene stemming is – vooral niet die der jongeren – laat dan wie energie heeft zich concentreeren.–
er is een tijd om vrolijk te zijn maar er is ook een tijd om streng te zijn.5 Werkelijk, het is noodig dan men niet deele die zekere gerustheid omtrent het goed gaan van alles, die zoo wat de conventie is tegenwoordig en heel best op een pruikentijd kan uitdraaijen.– toen ze dronken een glas &c. en lieten de zaak zooals ze was.6 Als er decadence is – dan s.v.p. geen ornamenten maar – een inwendig gemeenschap zoeken met “les vieux de la vieille” en ’t tegenwoordige negeeren.
Sommige zaken, amice, hebben in mijn geest ’t overwigt boven eigen private aangelegenheden of private moeielijkheden. Indien ik verlangen heb met U te spreken zijn ook niet die laatsten ’t direkt motief. Zoo sprak ik ook nu over andere dingen vóór ik er toe kom U te bedanken ge me helpen wilt, wat me zeer geruststelt en me tegen de borst stuitende demarches besparen zal. Dank er voor.7 Als ik spreek over dingen in ’t algemeen, ik heb er eigentlijk ’t land aan zulks te doen.
Zoo ook wanneer ik bij U kom – ik kan niet verbergen ik voor mij zelf niet precies de toekomst heel helder zie en het twijfelachtig reken of ik zal kunnen doen wat ik mij voorstel te doen. Ik zoek dan ook eens raad te schaften met U om misschien wat licht te krijgen. Ik geloof gij een zeker oog op mijn werk hebt en Uw oordeel in sommige gevallen  2v:6 mij van veel nut zou kunnen zijn om als ik b.v. de studies voor iets heb het tot een definitief geheel te vormen. Nu op ’t moment heb ik veel studies en schemeren mij 2 of 3 meer importante composities voor den geest waarvoor ik waarschijnlijk grootendeels de materialen in mijn studies heb.
Juist omdat ik Uw opinie waardeer zoo is ’t noodig ge ook mijn gedachten wat kent.– En meen ik ge genoeg bespiegelingskracht waarschijnlijk hebt om ook dan wanneer ge niet alles met me eens zoudt zijn, U mijn zienswijs te kunnen begrijpen.
Als ik iets op eene nieuwere rigting tegen heb zoo is dit geenszins op die van Israels, Mauve, Maris,8 neen die is juist de beste m.i. doch er is iets sedert uit voortgevloeid dat ofschoon ’t er op lijkt eigentlijk regelregt tegen die meesters in is – en daar heb ik op tegen. V.d. Weele b.v. is serieuser en houdt zich in een regt spoor. Ik zag zijn studies verl. Zondag.
Nu geloof ik van U ook ge een regt spoor hebt maar ik weet niet of sommige dingen geen afwijkingen zijn in meer bovengenoemde rigting. Ik ben bereid deze opinie terug te nemen maar ’t komt me zoo voor.–
Nu – ik voor mij ik zoek ook dat spoor ’t welk ik het beste vind, dat van laat ons zeggen Israels, Mauve, Maris – ik weet niet eens hoe ver ik daarop gevorderd ben – veel minder hoe ver ik daarop nog vorderen zal – maar ik heb er mijn best voor gedaan en zal er mijn best voor doen. En dit zoo zijnde is ’t zoo ver van mijn intentie verwijderd als ’t Noorden van ’t Zuiden, als ik b.v. in Uw decoraties bezwaar zie, dit te doen op meesterachtige wijs of toon maar als zelf zoekende naar iets waars en degelijks – en serieus niet omdat ik ’t reeds gevonden heb maar serieus omdat ik het zelf ook zoek.
En is al wat ik zoo betreffende U niet alleen maar mijzelf zeker niet minder denk, dat wij op moeten passen voor het diffuse en zoeken naar concentratie en pittigheid. Als ik bij U kom – waarachtig het is ter wille van ’tgeen de praktijk betreft en niet om de theorie of philosofie dat ik met U wou praten.
Ter wille van praktijk, prozaisch als maandagochtend.–9
 3r:7
Gij schrijft over een mooi blad in Graphic van Howard Pyle. Als ge bedoelt eene compositie die denken doet aan Terburg of Nicolaas Keijzer – Penn en de colonisten – trof die ook mij – en wel zoo danig dat ik ’t No komen liet.10 Ja dat is weergaasch mooi. Zoo nam ik een No London News ook ter wille van een blad van King – Werklui in een wagon van de Underground Railway.11
Ook heb ik ingeteekend op le Salon 1883 van Dumas waarvan 1 No uit is à 1 franc en in 12 maandel. afl. compleet zal zijn.12
Het spijt me après tout erg ge niet gekomen zijt. doch ’t is Uw schuld niet.
Ik had tot nog toe min of meer scrupule bij U te komen om reden zoovelen mij liever niet dan wel zien en ik in ’t algemeen er tegen op zie te bezoeken. En dat is hier gekomen ten deele ook omdat ik de vrouw en haar twee kinderen in huis genomen heb en ze meenen men fatsoenshalve geen omgang met me hebben kan. Doch Uw opinie hieromtrent provisoir van U zelf vernomen hebbende als verschillende van de handelwijs van anderen, zoo meen ik mijn scrupule vervallen kan. Ik doe er zóó mee dat als iemand om deze reden mij mijd ik hem niet zoek,  3v:8 ik blijf liever ergens weg dan dat ik er te veel zou worden. Te meer daar ik ietwat, ietwat, ietwat, maar een heel klein beetje, ’t prejugé dergenen die zich houden of trachten te houden alleen aan de maatschappelijke conventies excuseeren kan en ze in hun waarde laat vooral omdat ik hun beschouw als zwak, en niet vechten wil, althans niet attaqueeren. In dit opzigt ook spaar ik voor mij WEL mijn patronen. Is dit te pedant?
Neem gij me zoo als ik ben en laat ons dus afspreken ik van U verneem wanneer ik U bezoeken kan zonder ’t geen Uw dokter U voorschrijft te contrarieeren.
En nogmaals, bedankt voor dat ge me wilt helpen en Uw brief zal welkom zijn als hij komt doch als Uw toestand meebrengt ge met schrijven moet wachten zoo wacht er mee.
adieu, met een handdruk in gedachten.

t. à. t.
Vincent

top