1r:1
Waarde Theo,
Met een enkel woordje wilde ik U de goede ontvangst van Uw brief berigten en U er voor bedanken.
En U zeggen het mij regt hartelijk verheugt dat gij omtrent Uw zieke goede berigten zenden kondt. Des te beter.–
Er zijn veel liefdes in één liefde – en ’t is weer iets heel anders als de vrouw gezond wordt – en dat is ook iets heerlijks.– Het doorgaan en volhouden is ’t voornaamste, wie variatie wil moet trouw blijven. En wie veel vrouwen wil zien moet bij een en dezelfde zich bepalen. De lente vordert hier goed.–
Op ’t moment zit ik in een ergen rommel. Ingesloten een krabbeltje,1 in vliegende vaart gedaan bij het plaatsen van de bewuste blinden. op een vodje papier. Waarom ik het U zoo stuur, onbeteekenend als het is in zijn natuurlijken toestand – Omdat ik geloof dat gij er één ding duidelijk uit zien zult, dat ik nu op mijn atelier een heel ander effekt van licht kan krijgen dan het al te sterke licht van die 3 groote ramen.
Raam 1 is nu (in het krabbeltje) van onderen afgesloten en het restant ook nog voor een deel.– lijkt nu de deur van een kamertje in een hofje b.v.
Raam 2 is van boven toe en lijkt een venstertje waar de figuurtjes zitten.
’t Fondsa links is donker want raam 3 is geheel digt.
Denk U ’t verschil tusschen ’t effekt van cru licht dat de drie ramen op dit moment geven zouden zonder blinden en gij zult genoeg begrijpen hoe men nu oneindig beter werken kan. Behalve ’t invallend licht kreeg men vroeger een enorme reflexie die alle effekten neutraliseerde.
 1v:2
Dikwijls was ik desperaat als ik b.v. een vrouwtje zag scharrelen in een klein vertrek en in ’t figuurtje een karakter en iets mysterieus was dat absoluut weg ging als ik dat zelfde vrouwtje op ’t atelier had.
Zoo ook was de weesman b.v. veel mooier in een donkeren gang dan op mijn atelier. En zulks was erg verdrietig en de oppervlakte van die 3 ramen zoo groot dat het door schermen of bordpapier niet voldoende te temperen was. Maar nu ben ik op weg om dat een en ander te overwinnen.
Hoe vormeloos het krabbeltje ook zij, het is direkt zoo onder het werken aan de ramen naar de natuur (maar in vliegende haast) gedaan, en zult gij er uit zien dat men leuke effekten kan krijgen nu en die zeer varieeren. en stuur ik het U liever dan dat ik de zaak in woorden expliceer.
Enfin het licht op ’t atelier heb ik nu betrekkelijk onder den duim en kan, als ik in een ander huis ’t een of ander figuurtje heb opgemerkt, t’huis het betrekkelijk terugvinden als ik let op de verlichting en mijn licht daarnaar regel. Hoe groot was de kwantiteit licht? Viel het van voren, van achteren, van regts, van links, van boven, van beneden op ’t figuur.–
’k Denk gij er schik in zult hebben als gij eens komt.–
 1v:3
De kast is ook best.
’t Is nog een lastige karwei geweest daar de blinden te breed waren voor de ramen en ze vertimmerd moesten worden.
Maar ’t is tot zoover klaar en nu heb ik mijn volle pleizier pas in ’t atelier en is het praktisch in harmonie met wat ik zoek. Ik krijg misschien later nog een kamertje op den zolder bovendien – als er weer oud hout is.
Daar zou een zeer pittoresk en echt gevalletje kunnen gemaakt worden. Maar dit is bijzaak.
Maar het atelier is 10 maal beter. Nu kost het mij echter wel wat meer dan ik gedacht had daar er zooveel aan de oude blinden moest veranderd worden.
Daarom wilde ik U vragen, aangezien ik op 1 maart iets beloofd heb te betalen – als ge kunt, stuur liever een dag vroeger dan een dag later.
 1r:4
’k Wed gij U kunt begrijpen dat het atelier gansch en al er door veranderd is – o ik vind het zoo heerlijk – ik heb er zoo met de handen in ’t haar door gezeten omdat ik ’t niet goed krijgen kon.
’k sprak van goede berigten omtrent Uw zieke – maar dat zij naar haar land2 terug zou willen – zie ik maar half heil in – doch zooals gij zegt – voor zij beter is valt er weinig over de toekomst te zeggen.
Moge de lente haar goed doen.
Nu kerel, ik schrijf in haast en heb nog veel te sjouwen – ik ben verbazend blij met de verandering van de ramen. Voor zoo ver ik oordeelen kan, voorloopig is het doeltreffend. Gij herinnert U toch nog wel van Uw bezoek van dezen zomer hoe het licht te cru was en niet veranderd kon worden. Naar aanleiding van het krabbeltje begrijpt ge alligt men nu tot in ’t oneindige varieeren kan en effekten welke men in kleine huisjes ziet, terugvinden. Wat men dan vóór heeft is dat in de kleine huisjes men zijn afstand niet goed nemen kan om de figuren te teekenen en op ’t atelier wel. adieu, met een fermen handdruk.

t. à t.
Vincent

Ik zal van nacht waarschijnlijk zelfs wel droomen van kerels in zuidwesters en oliejassen waar op ’t licht valt, en pikante kantlichtjes die den vorm accentueeren doet ontstaan.

top