1r:1
Amice Rappard
Daareven ontvang ik Uw schrijven waarvoor ik U dank. Het verheugt mij op nieuw daarin te zien dat gij toch in de houtsneden pleizier hebt. Verder respecteer ik Uwe zienswijs met betrekking tot hetgeen ik nu & dan gezonden heb & hoop te blijven zenden tenzij ge er op tegen mogt krijgen. Doch ik sta voor een lastige kwestie, voor mij eigentlijk onbeslisbaar ofschoon ik ze beslissen zal, n.l. te zeggen wat ze mij gekost hebben. Ik voor mij zooals ge weet heb een bijzondere liefhebberij voor de houtsneden. Meestal koop ik ze zeer goedkoop en toch besteed ik er voor mijn doen nog al wat aan & heb daar nooit spijt van gehad. Of ik er nu meer of minder voor gaf is echter onafhankelijk van hetgeen ik aan U zond – daar ik U dubbelen zond en geen die ik zelf niet reeds had, zooals ge trouwens dezen zomer gezien hebt toen we zamen de dubbelen hebben uitgezocht.
Wat ik U zond kocht ik niet expres voor U – op een paar uitzonderingen na en voor die paar uitzonderingen gaf ik maar weinig en wenschte maar ik meer zulken kan vinden. Daar ge er echter op staat zoo zal ik er U voor rekenen b.v. een daalder,1 die ge als ge wilt me bij gelegenheid in postzegels b.v. zenden kunt en dan hoeft ge er geen gewetensbezwaar over te hebben mij in ’t finantieele te kort gedaan te hebben. Dus op die manier is deze kwestie dunkt me beslist.–
 1r:2
Nu heb ik U gevraagd mij eens op te geven of gij tijdschriften als b.v. Illustr. of Graphic geregeld ontvangt – nl. die van ’t loopende jaar.– Dat is omdat ik in besprek ben met iemand die een aantal tijdschriften uit een leesinrigting2 afkomstig te koop heeft. Ik ben besloten die in alle geval te nemen maar ik heb reeds een & ander van ’t loopende jaar en dus ik zal waarschijnlijk weer dubbelen krijgen. Zijn die b.v. uit Illustration en weet ik gij de illustration reeds hebt dan geef ik de dubbelen bij gelegenheid aan een ander die er pleizier in hebben mogt & ze verzamelt (ofschoon momenteel ik geen mensch er voor weet). Maar weet ik gij hebt ze niet dan zijn ze natuurlijkerwijs voor U.
Ik ben juist afgesproken, reeds vóór ik Uw brief ontving, dat ik die partij maar nemen zou & hoop ze binnen een dag of 14 te ontvangen, misschien reeds vroeger – dus als ge wilt geef mij dan maar op hoe gij gesteld zijt met tijdschriften over 1882.
Of ik meer of minder dubbelen hebben zal weet ik natuurlijk nog niet doch zoo goed als zeker toch een & ander. Wees dus zoo goed en laat me dit weten. Is ’t de moeite waard, ik zal er U ook weer wat voor rekenen of we vinden het wel bij gelegenheid doch doe me pleizier en zeg het als ik er U mee van dienst kan zijn. Ik stel belang in Uwe collectie en wou graag zien dat die heel mooi werd. Later kan ik misschien nog wel importanter dingen zenden.
 1v:3
Van Renouard heb ik reeds een 40tal grootere & kleenerea bladen.3 Zoo vond ik onlangs van hem la bourse4 en Un discours de M. Gambetta5 en nog bladen Enfants assistés.6 Maar vooral weet ik zeker ge veel pleizier zoudt hebben in een paar groote Lançons.7
Caton Woodville8 is ook wel erg knap, ik begin meer van hem te houden naarmate ik er meer van zie. Kent gij Montbard – ik meen ge in elk geval landschappen van hem moet hebben – doch nu onlangs kreeg ik schetsen door hem uit Ierland9 en van Jernsey10 waarin bijzonder veel sentiment was.
Van harte hoop ik ge pleizier zult hebben van Uw Schij op Arti,11 ik denk niet ik die tentoonstelling zien zal.
Ik ben druk bezig met teekeningen van een weesman, zooals hier de diakoniemannetjes genoemd worden in de wandeling. Vindt gij die expressie weesman en weesvrouw niet echt.12 ’t Is niet makkelijk die types die men zoo op straat ziet te maken.
Wat aquarellen aangaat, ik heb er verscheiden die aangezet zijn, toch ben ik nog niet naar mijn zin er in geslaagd maar wel heb ik er meer pleizier in als vroeger. Ziehier nog een krabbel van een Weesman13 – adieu, ik schrijf in haast – laat me dus maar eens spoedig vernemen hoe ’t met die houtsneden staat, of ge ze hebt ja dan neen. Met een handdruk,

t. à t.
Vincent

 1v:4 [sketch A]
top