1r:1
11 Juli 1882

2Waarde Theo,
3Sedert een paar uur ben ik op mijn atelier & schrijf
4U eens dadelijk. Hoe heerlijk het is weer beter te
5worden kan ik U niet zeggen en evenmin hoe
6mooi alle dingen op den weg van het gasthuis
7naar hier mij voorkwamen. En hoe het licht
8helderder en de ruimten grooter en alle voorwerpen
9en figuren belangrijker schijnen. Er is evenwel
10nog een “maar” bij en die “maar” is dat
11ik nog wel weer eens een katheter of een
12dikke looden sonde in mijn blaas zal
13krijgen want reeds aanstaanden Dinsdag
14moet ik weer bij den dokter komen om
15mijn wedervaren te vertellen en heeft hij
16er mij op geprepareerd ik dan misschien
17nog een veertien dagen ’t zij langer
18’t zij korter in ’t gasthuis moet komen/ al
19naar mate het noodig zal zijn. In
20elk geval zou het mij buitengewoon
21medevallen als ik er niet meer in hoefde_
22Zoodra ik onraad voel moet ik terugkomen
23en ook als ik niets bijzonders merk
24ga ik Dinsdag mij weder laten
25onderzoeken. Het kanaal waarlangs
26de urine zijn uitweg neemt moet
27langzamerhand wijder worden maar dit
28kan niet geforceerd worden of gehaast_  1v:2
29De sondes worden langzamerhand dikker
30en elken keer er een nieuwe ingaat wordt
31die boel wat meer uitgerekt en dat is pijnlijk
32maar vooral allerakeligst/ vooral daar
33zo’n ding er een tijd in wordt gelaten_
34Er komt dan bloed uit als het er uit genomen
35wordt en men heeft dan eenige dagen
36betrekkelijk vrij terwijl de pijnlijkheid die
37het meebrengt verdwijnt_– En in een
38van die tusschenpoozen ben ik nu
39hier. Intusschen kan ik nu weer
40tamelijk gemakkelijk wateren waardoor
41ik mij erg het heertje gevoel/ net alsof
42’t iets heel bijzonders was. Alleen het
43moet geheel normaal worden en dat
44moet nog zijn loop hebben. Maar
45het gevoel van beter worden maakt
46dat men alle mogelijke katheters & sondes
47& spuitjes vergeet... tot dat men den
48dokter er weer mee ziet komen aanzeilen.
49En dan is het geen heel pleizierig
50oogenblik. Enfin – dat zijn ook al van
51die petites miseres de la vie humaine.1
52Maar wat men wel een “grande misère” mag
53noemen is eene zwangerschap en verlossing – de
54laatste brief van Sien was erg melankoliek/ zij
55was nog niet bevallen doch ieder uur wachtende/ en
56nu dat wachten dagen duurt ben ik er zeer ongerust  1v:3
57over en het is vooral om haar te kunnen
58bezoeken dat ik den dokter verzocht heb
59om als ’t eenigzins mogelijk was de wandelingen
60in den tuin te veranderen in eene korte
61absentie. Zoodat ik morgen ochtend met
62haar moeder en haar kindje naar haar
63toe ga/ Zondag de eenige dag zijnde waarop
64zij bezoek mag ontvangen. De laatste brief aan mij
65was niet door haar zelf geschreven doch door
66de oppasseres die er zelf om verzocht wij
67eens komen zouden. Toch kunnen
68wij ’t zoo treffen dat wij niet kunnen
69worden toegelaten. Arme meid, zij is toch
70dapper genoeg en voor geen kleintje vervaard/
71volgens dat laatste schrijven was er echter geen
72bepaald onraad doch innige zwakte. Hoe ik
73naar haar verlangd heb in het gasthuis en hoe ik
74nu naar haar verlang kan ik U niet zeggen en
75op sommige momenten was ik er niet rouwig
76om zelf ook wat te lijden te hebben/ liever
77dan er heelemaal in goeden welstand bij
78te staan want dan zou het wat al te ongelijk
79verdeeld zijn.
80Gesteld alles gaat heel voorspoedig is Sien echter
81deze maand weer terug/ mogt dat maar zoo
82wezen. Het spreekwoord zegt echter “Mal de mère dure
83longtemps”_2 Dit maakt dat er nog een sombere
84schaduw over het heerlijke gevoel van beter worden
85hangt. Ik verlang erg naar morgen en zie er
86tegelijk tegen op.
 1r:4
87De eerste persoon die ik hier op den Schenkweg tegen
88kwam was mijn vriend de timmerman3 die
89al menigen keer mij met het een of ander karweitje
90voor ’t maken van instrumenten voor perspectief4 heeft
91geholpen. En die tevens de meesterknecht is van den
92eigenaar5 van het bewuste atelier waarover ik U
93schreef. Zijn baas was juist op de werf (waarvan
94gij de teekening hebt/ die met de weilanden in ’t verschiet)6
95en zij hebben mij dadelijk meegetroond en
96gewezen zij de kamer die dan atelier zou worden
97nog steeds onbehangen gelaten hadden in afwachting
98van dat ik mij decideeren zou. Ik zei dat ik ook nu
99nog mij niet decideeren kon. Nu best/ zei de man/ maar
100ik kon uit een partij papier uitzoeken wat ik wou/ dan zou
101hij ’t eens beplakken en ik was aan niets gebonden.
102En ofschoon ik zei ik dit niet wilde daar ik weer naar ’t gasthuis moest/ zijn zij nu reeds bezig
103omdat zij er op staan ’t mij voor Dinsdag nog te laten
104zien. Ik moet zeggen/ de woning is bijzonder geriefelijk
105en ziet er terdeeg flink en knap uit_ De enorme geheel
106betimmerde zolder is alleen een fameus atelier des noods ofschoon
107de kamer op t’noorden atelier zou moeten worden.7 En de prijs is
108voor hier buitengewoon laag en zou in de stad omstreeks het
109'dubbele zijn. Drie gulden ’s weeks voor een groot bovenhuis
110is zelfs in vergelijking van buurten zooals de Noordwal of
111buitensingels zeer weinig_ En de ligging is voor een
112schilder voortreffelijk. Er is een gezicht uit het zolder raam dat
113tooverachtig is. Ik heb mij evenwel niet willen decideeren
114om reden dat ik zoowel als Sien ziek zijn. Maar
115zoodra wij beter zijn pak ik het aan. Er is lucht en ruimte/
116heerlijk om te werken en gezond te blijven. Licht van
117’t Noorden en in de andere kamer van ’t zuiden ongeveer_
118Er is een keukentje dat ik nog wel dikwijls hoop te teekenen/ ook
119met een raampje dat op een soort hofje uitkomt.
120Dan moet ik niet vergeten U mede te deelen dat ik
121zeer tegen mijn verwachting in in het gasthuis een
122bezoek gehad heb van den Hr Tersteeg8 dat mij in zekeren
123zin heel veel pleizier deed ofschoon wij over niets
124bijzonders gesproken hebben en dit ook niet noodig
125is. Maar ik vond het erg aardig_ En toen is eenige
126dagen later Iterson er ook nog geweest/ wat mij
127nu heel wat minder kon scheelen_ En dan Johan van Gogh  2r:5
128die ik in Helvoirt dacht doch hier op den
129Stationsweg schijnt te wonen tegenwoordig9 en
130die mij vertelde hij ook een partij katheters en
131andere muziekinstrumenten in zijn blaas gehad
132had indertijd. En daar hij nu ze toch weer
133kwijt schijnt te zijn hoop ik er bij mij ook wel
134weer een eind aan komen zal. Het zou dan
135ook wat al te bar zijn als een mensch op den duur
136zulke versierselen had en men zou er moeielijk trappen
137mee kunnen klimmen of er zich mee in ’t publiek
138vertoonen.
139In geval gij mij in ’t begin dezer maand wat zendt
140zoo zult gij den brief wel aan ’t gasthuis adresseeren
141en dan is het in orde omdat de portier mij beloofd
142heeft de brieven in bewaring te houden in geval van
143afwezigheid (volgens de orde van het huis zoolang men
144er niet bepaald uit is en het verzoekt)_ Dinsdag moet
145ik weder betalen in ’t gasthuis en de huishuur ook die
146ik nog heb. Maar het heerlijkste van het heele
147beter worden is dat het teekenen ook weer levend
148wordt en het gevoel voor de dingen/ wat een tijd
149lang om zoo te zeggen bedwelmd is geweest en
150een groote leegte gaf. Ik heb weer lust in alles wat
151ik zie_ En dan heb ik in omstreeks een maand
152geen pijp gerookt en dat is ook een oude kennis
153terug. Ik kan U niet zeggen met wat een
154pleizier ik weer hier in ’t atelier zit na zoolang
155in een omgeving van waterpotten &c_ geweest te
156zijn/ ofschoon het gasthuis ook mooi is
157en terdeeg mooi. Vooral de tuin met al die
158wandelaars/ mannen/ vrouwen/ kinderen. Ik heb
159een paar krabbeltjes10 maar men is als patient niet vrij
160om te werken zooals het zou gedaan moeten
161worden en ook niet er voor geschikt.
162Nu adieu/ schrijf eens spoedig en geloof me met
163een handdruk

163*t. à t.
164Vincent


109 ’s weeks < sweeks
top