1r:1
Waarde Theo,
Regt prettig vond ik het dat ge weer hier waart1 & wij weer eens praten konden over een en ander. Nog steeds blijf ik het jammer vinden dat wij nog niet veel meer kunnen zamen zijn. Niet dat ik aan praten op zich zelf veel waarde hecht maar mijn bedoeling is dat ik wel wenschte we elkaar nog veel beter en intiemer kenden dan nu ’t geval is. Dat dacht ik vooral nog in ’t terugrijden van Rozendael toen ik U naar ’t station gebragt had, ook naar aanleiding van sommige dingen waarover we in t’laatste oogenblik het hadden in ’t station.2 Maar mogelijk, waarschijnlijk, weet ge zelfs niet eens meer wat dat geweest is. Het verheugt mij dat in uw brief van heden ge hoop geeft dat ’t niet zoo enorm lang duren zal voor ge weer eens terug komt.─
Natuurlijk ben ik weer heel & al beter, ben evenwel den dag na uw vertrek in bed gebleven & heb eens gesproken met Dr van Genk,3 een flink praktisch man, niet omdat ik deze onbeteekenende malaise de moeite waard rekende maar veeleer omdat in ’t algemeen, wel of niet wel, ik graag eens van tijd tot tijd een dokter spreek om te weten dat alles in orde is.4 Als men zoo eens nu & dan een gezond en waar woord over gezondheid hoort krijgt men dunkt me daaromtrent langzamerhand veel helderder begrippen en als men zoo ongeveer weet waar men zich voor moet wachten, waar men zich aan moet houden dan gaat men niet mee met allerlei wind van meening, met allerlei nonsens die men zoo dikwijls over gezondheid & ongezondheid hoort.
Ik ben verder druk in de Exercices au fusain te teekenen op ’t Papier Ingres dat ge hebt meegebragt. ’t Kost mij moeite genoeg om aan dat werk te blijven. ’t is veel meer animeerend om iets buiten te teekenen dan zoo’n blad uit de Bargues maar toch, ik heb mij zelven de taak opgelegd ze nog eens & dan ook voor ’t laatst, door te maken. ’t Zou niet wel zijn als ik verviel bij het teekenen naar de natuur in te veel details & groote dingen over ’t hoofd zag. En dat vond ik veel te veel in mijn laatste teekeningen. En ’t is daarom dat ik nog weer op nieuw die methode van Bargue (die werkt met groote lijnen & massas en eenvoudige fijngevoelde contours) wil bestudeeren. En laat ik momenteel het teekenen buiten rusten, dan, wanneer ik er op zal terugkomen na korten tijd, zal ik beter oog krijgen op de dingen dan vroeger.
Ik weet niet of gij ooit engelsche boeken leest. Zoo ja dan kan ik U zeer recommandeeren “Shirley” door Currer Bell, schrijfster ook van een ander boek, “Jane Eyre”.5 Dat is zoo mooi als de schilderijen van Millais of Boughton of Herkomer. Ik vond het te Prinsenhage6 en las het in drie dagen uit hoewel ’t een vrij volumineus boek is.
Ik wenschte wel dat alle menschen hadden wat ik zoo langzamerhand begin te krijgen, het vermogen om een boek zonder moeite in korten tijd te lezen en er een sterken indruk van te behouden. Het is met het boeken lezen als met het schilderijen zien, men moet zonder twijfelen, zonder aarzelen, zeker van zijn zaak mooi vinden wat mooi is.
 1v:2
Ik ben bezig om zoo langzamerhand al mijn boeken weer in orde te brengen, ik heb te veel gelezen om niet systematisch voort te werken om althans eenigermate te trachten op de hoogte te komen van de moderne litteratuur.
Het kan mij soms zoo erg spijten dat ik nog niet veel meer weet van geschiedenis bijvoorbeeld. vooral ook van moderne geschiedenis. Enfin met spijt hebben en bij de pakken neerzitten daar zou men niet verder mee komen, maar vooruitscharrelen is wat men moet zoeken te doen.
Het deed mij regt veel pleizier je in je gesprekken onlangs enkele malen op waarlijk goede philosophie te betrappen, wie weet wat een nadenkend wezen je met der tijd nog wordt.
Als “illusions perdues” van de Balzac je te lang is (2 deelen)7 begin dan eens met le père Goriot, 1 deel slechts,8 hebt ge eenmaal Balzac gegeten dan zult ge dat boven enorm veel andere dingen prefereeren. Onthoud den bijnaam van de Balzac, “Vétérinaire des maladies incurables”.9
Tegen dat ik de Bargues af heb zal het herfst worden, dat is wel een heerlijken tijd om te teekenen, ik wilde wel dat dan Rappard nog eens weer hier kwam.10 Ik hoop ook te slagen met een goed model te vinden, b.v. Piet Kaufman den arbeider maar ik denk dat het beter zal zijn hem niet hier aan huis maar hetzij op de werfa bij hem t’huis ’t zij op t’veld te laten poseeren met een schop of ploeg of iets anders.11 Maar wat een toer is het om de lui aan ’t verstand te brengen wat poseeren is.─ Boeren en burgers zijn desperaat verstokt op ’t punt waar ze niet af willen, dat n.l. men niet anders moet willen poseeren dan in zijn Zondags pak met onmogelijke plooien waar noch knie noch elleboog noch omoplatesb noch eenig ander ligchaamsdeel zijn karakteristiek deukje of verhevenheid in heeft gemerkt. Waarlijk dat is een van de petites misères de la vie d’un dessinateur.12
Nu, adieu, schrijf eens als ge kunt en ontvang in gedachten een handdruk, en geloof me

t. à t.
Vincent

top