Back to site

160 To Theo van Gogh. Brussels, Monday, 1 November 1880.

metadata
No. 160 (Brieven 1990 159, Complete Letters 138)
From: Vincent van Gogh
To: Theo van Gogh
Date: Brussels, Monday, 1 November 1880

Source status
Original manuscript

Location
Amsterdam, Van Gogh Museum, inv. no. b158 V/1962

Date
Letter headed: ‘Bruxelles 1 Nov. / 72 Boulev du Midi’.

Ongoing topic
Van Gogh is drawing from Bargue’s Exercices au fusain and Cours de dessin (156 and 158)

original text
 1r:1
Bruxelles 1 Nov.
72 Boulevd du Midi

Waarde Theo,
In antwoord op Uw brief wil ik U een & ander zeggen.
Vooreerst dat ik bij den Hr. Roelofs ben geweest daags na ’t ontvangen van Uw schrijven1 & die mij gezegd heeft dat zijn meening was dat van nu af aan bij mij hoofdzaak moest worden het teekenen naar de natuur, n.l. hetzij pleister of model, maar dat niet zonder leiding van den een of ander die ’t goed verstaat. En hij & ook anderen raadden mij zoo ernstig aan althans voor een tijd hier of te Antwerpen of elders waar ik maar kon bepaald aan de teekenakademie te gaan werken dat ik, hoewel dit mij niet zoo bijzonder aangenaam is, heb meenen niet anders te moeten doen dan er werk van te maken om aan de bewuste teekenakademie te worden toegelaten. Hier te Brussel is het onderwijs kosteloos, te Amsterdam b.v. hoor ik kost dat nog weer f. 100.- gulden s’jaars en kan men werken in een behoorlijk verwarmd & verlicht lokaal hetgeen vooral s’winters wel de aandacht verdient.
Met de voorbeelden van Bargue vlot ik & vordert het. Buitendien heb ik dezer dagen iets geteekend waar ik wel veel werk aan gehad heb maar dat ik toch blij ben gedaan te hebben. N.l. heb met de pen een geraamte geteekend & dat nog al groot op 5 bladen papier ingres.

blad  het hoofd, geraamte & spieren
1
,,
Romp, geraamte
1
,,
hand   van voren, geraamte & spieren
1
,,
,,
van achteren, 
,, ,,
1
,,
bekken & been en geraamte.

Nu heb ik dat gedaan naar aanleiding van een leiddraad door Zahn, Esquisses anatomiques à l’usage des artistes.2 En daarin komen nog een aantal andere  1v:2 afbeeldingen voor die mij voorkomen zeer doeltreffend & duidelijk te zijn. Van hand, voet &c. &c.
En hetgeen ik nu doen ga is de teekening der spieren geheel verder af maken, n.l. die van romp & beenen die met de reeds gemaakten een geheel van ’t menschelijk ligchaam zullen vormen. Dan volgt nog het ligchaam van achteren gezien & op zij.
Gij ziet dus dat ik het met eenige energie doorzet, die dingen zijn zoo heel gemakkelijk niet & vragen tijd & bovendien heel wat geduld.
Om aan de teekenakademie te worden toegelaten moet men permissie hebben van den burgemeester & ingeschreven worden, ik ben in afwachting van het antwoord op mijn aanvraag.3
Ik weet wel dat hoe zuinig, hoe arm zelfs men leve het te Brussel duurder moet uitkomen dan b.v. te Cuesmes maar ik kan niet zonder eenige leiding er komen, en houd het daarvoor dat mits ik maar hard werk, hetgeen ik ook doe, mogelijk hetzij oom Cent hetzij oom Cor iets zullen doen, zoo niet tot tegemoetkoming van mij althans tot tegemoetkoming van Pa.
Het is mijn plan hier aan de veeartsenijschool4 de anatomische afbeeldingen van b.v. paard, koe & schaap magtig te worden en die desgelijks te teekenen als de anatomie van den mensch.
Er zijn wetten van proportie, van licht & schaduw, van perspectief, die men weten moet om zelf iets te kunnen teekenen, mist men die kennis dan blijft het altijd une lutte stérile en men komt nooit tot enfanter.
Daarom is het dat ik geloof regt door zee gezeild te hebben toen ik nu de zaak alzoo heb opgevat & wil trachten hier dezen winter wat kapitaal van anatomie op te doen, langer daarmee wachten mag niet & zou bij slot van rekening nog duurder uitkomen want het zou tijdverliezen zijn.
 1v:3
Ik geloof dit ook Uwe zienswijze zijn zal.
Het teekenen is een harden & moeielijken strijd.
Kon het zijn dat ik hier eenig vast werk vond, tant mieux maar ik durf daar nog niet op te rekenen want ik moet eerst nog veel dingen leeren.5
Ben ook eens bij Mr v. Rappard geweest die nu woont Rue Traversière 64 en eens met hem gesproken.6 Hij heeft een goed voorkomen, heb van zijn werk nog niet anders gezien dan een paar kleine penteekeningen van landschap. Maar hij woont nog al rijk7 & ik weet niet of hij de persoon is met wien ik b.v. zou kunnen zamenwonen & zamenwerken om finantieele reden. Maar in elk geval ga ik wel eens weer naar hem toe. Maar den indruk dien ik van hem kreeg was dat er wel ernst in hem schijnt te wezen.
Te Cuesmes, jongen, had ik het geen maand langer uitgehouden zonder ziek te worden van misère. Ge moet u niet verbeelden dat ik hier rijk leef want mijn eten bestaat voornamelijk in droog brood & wat aardappelen of kastanjes die de lui aan de hoeken van de straten verkoopen maar door een wat betere kamer & door van tijd tot tijd eens een iets beteren maaltijd te doen in een restaurant als het lijden kan, zal ik het zeer goed uithouden. Maar gedurende bijna 2 jaar heb ik wel een & ander uitgestaan in de Borinage, dat is geen pleizierreis. Maar wat meer dan 60 frs zal het toch alligt worden & kan werkelijk niet anders. Teekenbehoeften & voorbeelden b.v. voor anatomie, dat kost allesa & dat zijn toch bepaald onmisbare dingen & op deze wijze alleen kan het later rendeeren, anders kom ik er nooit.
Met veel genoegen las ik dezer dagen een uittreksel uit het werk van Lavater & Gall. Physiognomie & phrénologie. n.l. het karakter zooals dat zich uitdrukt in gelaatstrekken & Schedelvorm.8
Heb geteekend Les bêcheurs van Millet9 naar een phot. van Braun10 die ik bij Schmidt vond en die hij mij leende met die van L’angélus du soir.11 Ik stuurde die beide teekeningen aan Pa opdat hij zien zou dat ik wat uitvoer.
Schrijf mij weer eens spoedig. adres 72 Bd du Midi. ik ben hier in een klein logement voor 50 frs per maand en heb dan hier mijn brood & s’morgens, s’middags & s’avonds een kop koffij. Dat is niet heel goedkoop maar ’t is hier overal duur.
 1r:4
De Holbeins uit de Modèles d’après les Maîtres12 zijn prachtig, dat merk ik nu, ze teekenende, nog veel meer dan vroeger. Maar ze zijn niet makkelijk dat verzeker ik U.
Dat de hr. Schmidt niet oningewikkeld was in een geldkwestie waarin de familie v. G. niet onbetrokken zou wezen & weshalve hij, n.l. de Hr. S. niet ongeregtelijk zou vervolgd worden, daarvan wist geen haar op mijn hoofd iets af toen ik naar hem toeging & heb ik eerst uit uw brief vernomen.13 Dus heb ik dat niet heel gelukkig getroffen hoewel de Hr S. mij toch vrij cordiaal heeft ontvangen. Maar het nu eenmaal wetende & de zaken alzoo zijnde zal het mogelijk wijs zijn dat ik er niet drukb kom, zonder dat het daarom noodig zij met opzet te mijden hem te ontmoeten.
Ik had U al vroeger geschreven maar had het te druk met mijn geraamte.
Ik geloof gij hoe langer gij er over nadenkt des te meer zult inzien het bepaald noodzakelijke van eene meer artistieke omgeving voor mij, want hoe zal men teekenen leeren tenzij iemand het U wijze. Met den besten wil van de wereld komt men er niet zonder ook met artisten die reeds verder zijn in aanraking te zijn & te blijven. Goeden wil baat niet geheel & al zonder ook gelegenheid tot ontwikkeling. Wat les artistes mediocres aangaat waaronder gij meent ik niet zou willen behooren, wat zal ik U daarvan zeggen. Dat hangt er al van af wat men onder médiocre verstaat. Ik zal doen wat ik kan maar médiocre in zijn eenvoudige beteekenis veracht ik geenszins. En zeker komt men niet boven dat peil door te verachten hetgeen médiocre is, mijns inziens moet men althans aanvangen met wat respect te hebben ook voor médiocre & te weten dat ook dat reeds iets beteekend & men zelfs daartoe niet dan met veel moeite komt. adieu voor heden, ik druk u de hand in gedachten. Schrijf weer eens spoedig als ge kunt.

Vincent

translation
 1r:1
Brussels, 1 Nov.
72 blvd du Midi

My dear Theo,
I want to tell you a few things in reply to your letter.
First of all, that I went to see Mr Roelofs the day after I received your letter,1 and he told me that his opinion was that from now on I should concentrate on drawing from nature, i.e. whether plaster or model, but not without guidance from someone who understands it well. And he, and others too, seriously advised me definitely to go and work at a drawing academy, at least for a while, here or in Antwerp or anywhere I could, so I think I should in fact do something about getting admitted to that drawing academy, although I don’t particularly like the idea. Tuition is free here in Brussels, I hear that in Amsterdam, for example, it costs 100 guilders a year, and one can work in an adequately heated and lighted room, which is worth thinking about, especially for the winter.
I’m making headway with the examples of Bargue, and things are progressing. Moreover, I’ve recently drawn something that was a lot of work but I’m glad to have done it. Made, in fact, a pen drawing of a skeleton, rather large at that, on 5 sheets of Ingres paper.

sheet  the head, skeleton and muscles
1
,,
torso, skeleton
1
,,
hand  from the front, skeleton and muscles
1
,,
,,
from the back, 
,,
,,
1
,,
pelvis and legs, skeleton.

I was prompted to do it by a manual written by Zahn, Esquisses anatomiques à l’usage des artistes.2 And it includes a number of other  1v:2 illustrations which seem to me very effective and clear. Of the hand, foot &c. &c.
And what I’m now going to do is complete the drawing of the muscles, i.e. that of the torso and legs, which will form the whole of the human body with what’s already made. Then there’s still the body seen from the back and from the side.
So you see that I’m pushing ahead with a vengeance, those things aren’t so very easy, and require time and moreover quite a bit of patience.
To be admitted to the drawing academy one must have permission from the mayor and be registered. I’m waiting for an answer to my request.3
I know, of course, that no matter how frugally, how poorly even, one lives, it will turn out to be more expensive in Brussels than in Cuesmes, for instance, but I shan’t succeed without any guidance, and I think it possible — if I only work hard, which I certainly do — that either Uncle Cent or Uncle Cor will do something, if not as a concession to me at least as a concession to Pa.
It’s my plan to get hold of the anatomical illustrations of a horse, cow and sheep, for example, from the veterinary school,4 and to draw them in the same way as the anatomy of a person.
There are laws of proportion, of light and shadow, of perspective, that one must know in order to be able to draw anything at all. If one lacks that knowledge, it will always remain a fruitless struggle and one will never give birth to anything.
That’s why I believe I’m steering a straight course by taking matters in hand in this way, and want to try and acquire a wealth of anatomy here this winter, it won’t do to wait longer and would ultimately prove to be more expensive because it would be a waste of time.  1v:3
I believe that this will also be your point of view.
Drawing is a hard and difficult struggle.
If I should be able to find some steady work here, all the better, but I don’t dare count on it yet, because I must first learn a great many things.5
Also went to see Mr Van Rappard, who now lives at rue Traversière 64, and have spoken to him.6 He has a fine appearance, I’ve not seen anything of his work other than a couple of small pen drawings of landscapes. But he lives rather sumptuously7 and, for financial reasons, I don’t know whether he’s the person with whom, for instance, I could live and work. But in any case I’ll go and see him again. But the impression I got of him was that there appears to be seriousness in him.
In Cuesmes, old boy, I couldn’t have stood it a month longer without falling ill with misery. You mustn’t think that I live in luxury here, for my food consists mainly of dry bread and some potatoes or chestnuts which people sell on the street corners, but I’ll manage very well with a slightly better room and by eating a slightly better meal from time to time in a restaurant if that were possible. But for nearly 2 years I endured one thing and another in the Borinage, that’s no pleasure trip. But it will easily amount to something more than 60 francs and really can’t be otherwise. Drawing materials and examples, for instance, for anatomy, it all costs money, and those are certainly essentials, and only in this way can it pay off later, otherwise I’ll never succeed.
I had great pleasure lately in reading an extract from the work by Lavater and Gall. Physiognomie et phrénologie. Namely character as it is expressed in facial characteristics and the shape of the skull.8
Drew The diggers by Millet9 after a photo by Braun10 that I found at Schmidt’s and which he lent me with that of The evening angelus.11 I sent both those drawings to Pa so that he could see that I’m doing something.
Write to me again soon. Address 72 blvd du Midi. I’m staying in a small boarding-house for 50 francs a month and have my bread and a cup of coffee here, morning, afternoon and evening. That isn’t very cheap but it’s expensive everywhere here.  1r:4
The Holbeins from the Modèles d’apres les maitres12 are splendid, I notice that now, drawing them, much more than before. But they aren’t easy, I assure you.
That Mr Schmidt was entangled in a money matter which would involve the Van Gogh family and for which he, namely Mr S., would be justly prosecuted, I knew not the slightest thing about all that when I went to see him, and I first learned of it from your letter.13 So that was rather unfortunate, though Mr Schmidt received me quite cordially all the same. Knowing it now, though, and matters being as they are, it would perhaps be wise not to go there often, without it being necessary deliberately to avoid meeting him.
I would have written to you sooner but was too busy with my skeleton.
I believe that the longer you think about it the more you’ll see the definite necessity of more artistic surroundings for me, for how is one supposed to learn to draw unless someone shows you? With the best will in the world one cannot succeed without also coming into and remaining in contact with artists who are already further along. Good will is of no avail if there’s absolutely no opportunity for development. As regards mediocre artists, to whose ranks you think I should not want to belong, what shall I say? That depends on what one calls mediocre. I’ll do what I can, but in no way do I despise the mediocre in its simple sense. And one certainly doesn’t rise above that level by despising that which is mediocre, in my opinion one must at least begin by having some respect for the mediocre as well, and by knowing that that, too, already means something and that one doesn’t achieve even that without much effort. Adieu for today, I shake your hand in thought. Write again soon if you can.

Vincent
notes
1. Vincent – evidently following Theo’s advice – had turned to the painter Willem Roelofs, who had been active in Brussels since 1848. By now firmly established as a successful artist and senior member of the community, he occupied an influential position in the artistic life of the city and could prove to be an important contact. Cf. De Bodt 1995, pp. 55-56, 100-102.
2. A. de Zahn [Albert von Zahn], Esquisses anatomiques à l’usage des artistes pour servir aux études d’après nature et d’après l’antique. Leipzig (Librairie Arnold) 1865. This book contains 29 illustrations of anatomical models. The ones Van Gogh mentions are ills. 3094 , 3095 , 3096 , 3097 and 3098 respectively. There is a copy in the Rijksmuseum Research Library (shelf mark 808 E 171).
The Paris bookseller Auguste Ghio had a copy of the book for sale for 1 franc in December 1871 (see Adolphe Chenu, Le mémorial de Napoléon iii. Paris 1872, p. 443). It was reprinted many times and translated. Cf. A. von Zahn, Anatomisches Taschenbüchlein. 17. Auflage. Leipzig (Max Möhring) n.d. [1946].
3. From the first week of November 1880 Van Gogh was enrolled as a student at the Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (Royal Academy of Fine Arts) at Brussels for the course ‘Dessin d’après l’antique: torse et fragments’ (Drawing from antiquity: torso and fragments), under registration number 8488. See exhib. cat. Brussels 1987, pp. 239-242; and De Bodt 1995, p. 278. Van Gogh’s failure to write anything at all about his experiences at the Academy led Hulsker to doubt whether he actually attended any classes (Hulsker 1990-1, p. 91). He must have done, though, for he took part in a concours on 5 December 1880. See Bart Moens, De kunstenaarsopleiding van Vincent van Gogh in Brussel. Unpublished bachelor’s thesis, Vrije Universiteit Brussel 2012, pp. 36-47. It emerges from letter 161 and others that Van Gogh left the academy shortly afterwards, probably because he finished last in the concours.
4. L’Ecole vétérinaire (veterinary college) near boulevard du Midi where Van Gogh lived. See Baedeker 1885, p. 49.
5. Van Gogh’s goal was to become an illustrator of books or magazines (see letters 162 and 164).
6. Apparently acting on advice from Theo (as he had done in the case of Willem Roelofs), Vincent went to visit Anthon Gerard Alexander van Rappard. Theo must have met Van Rappard in Paris when the latter was a pupil (from October 1879) in the studio of Jean Léon Gérôme. Mrs van Gogh wrote on 5 July 1880: ‘Nice that until October you’ll have a good friend in Mr de Bock and then Rappard’ (FR b2495). After Vincent’s death, Van Rappard recalled that they had met in Brussels at 9 o’clock in the morning in his room. See Pickvance 1992, p. 102.
The emphasis Van Gogh places on the report that Van Rappard ‘now lives’ at rue Traversière (Dwarsstraat) 64, in the St Joost-ten-Noode district in the east of Brussels, suggests that Theo did not know his current address. Cf. exhib. cat. Amsterdam 1974, pp. 11 (with a different house number), 59 and 68.
7. Van Rappard was a well-to-do member of the nobility.
a. Read: ‘dat alles kost geld’ (all of that costs money).
8. Johann Caspar Lavater and Franz Joseph Gall co-authored a textbook on physiognomy. In this popular mixture of physiognomy and phrenology, parallels were drawn between people’s facial features and skull structure and their character or disposition. These theories were summed up in Alexandre Ysabeau, Lavater et Gall. Physiognomonie et phrénologie rendues intelligibles pour tout le monde. Paris 1862. Van Gogh presumably consulted this survey by Ysabeau – he speaks in fact of an ‘extract’ – the title of which he spelled incorrectly.
He could have discovered this book while reading Gavarni, l’homme & l’oeuvre. He must have become familiar with this work by Edmond and Jules De Goncourt around this time, and they, too, connected the way in which Gavarni depicted the heads of his figures with Gall and Lavater (Goncourt 1873, p. 262). Cf. cat. Amsterdam 1996, pp. 18, 174; The faces of physiognomy. Interdisciplinary approaches to Johann Caspar Lavater. Ed. E. Shookman. Drawer 1993; Georges Lanteri-Laura, Histoire du phrénologie. L’homme et son cerveau selon F.J. Gall. Paris 1993.
9. Two drawn copies after a reproduction of Millet’s The diggers are known from this period: Diggers, after Millet (F 829 / JH C.B. ) and (F 828 / JH Juv. 13 ). It is not clear which version Van Gogh is referring to here.
10. Photograph (isograph) of Jean-François Millet, The two diggers (Amsterdam, Van Gogh Museum, t*52). Ill. 1899 . See exhib. cat. Amsterdam 1988, pp. 11, 30-31, 91-94, cat. nos. 2, 29-30; and exhib. cat. Paris 1998, pp. 142-144, cat. nos. 71-72.
Braun was a publisher who ran an international business in reproductions after paintings and other photographs. After the death of Adolphe Braun, the firm was taken over by his son Gaston and associates. See M. Auer, Encyclopédie internationale des photographes de 1839 à nos jours / Photographers encyclopaedia international 1839 to the present. 2 vols. Hermance 1985.
11. Van Gogh's copy after the photograph, published by Braun, of Millet’s The evening angelus was most likely The angelus, after Millet (F 834 / JH Juv. 14 ), which was drawn on Ingres paper, according to cat. Otterlo 1970, p. 5.
12. There are three known copies after the Holbein illustrations in Bargue’s Cours de dessin, two of the Daughter of Jacob Meyer, after Holbein (Cours de dessin, pl. 10). Ill. 937 . It is generally assumed that in letter 169 Van Gogh is referring to the Daughter of Jacob Meyer, after Holbein (F 833 / JH 13 ), and that the other copies – Daughter of Jacob Meyer (F 847 / JH Juv. 12) and Figure of a woman, after Holbein (F 848 / JH -) – were done in Brussels; they are dated between October 1880 and April 1881. See De la Faille 1970, pp. 316, 334; Heenk 1995, p. 30; Hulsker 1996, cat. no. 13 and Juv. 12, pp. 14-16, 489. Cf. also letter 159, n. 3.
13. The family correspondence makes no mention whatever of this money matter, which presumably concerned Uncle Vincent or Uncle Cor van Gogh, or perhaps the take-over of Uncle Hein’s Brussels branch.
b. Meaning: ‘vaak’ (often).